De paden op

14. jul, 2022

En dan gaat er niet eentje weg op kantoor. Welnee, er gaan er twee. Natuurlijk ook nog allebei van mijn “afdeling”. Dat wordt doorbijten en vooral niet doemdenken.

Dat dat laatste niet altijd lukt, zal niemand verbazen. Venijnig vlammen de donkere gedachten af en toe op. Ineens werk ik fulltime en als ik iets niet wil, is het dat. Been there, done that. Zo app ik naar de Engelsman. Het beviel toen ook niet. Want hele dagen achter die twee schermen, achter dat afgeplakte raam? Brrr. Niets voor mij. Ik heb die twee middagen nodig om me op te laden. Me bezig te houden met andere dingen. En ja, ik weet het, mijn winkel ligt volkomen plat. De website en het logo zijn immers van de hand van die ene. Ook het domeinnaam berust bij hem. “Heb je toch nog iets goeds aan hem overgehouden”, zo roept vriendin monter. Misschien heeft ze gelijk en moet ik me over mijn trots heen zetten.

“Zal ik even langskomen?”, zo appt de Engelsman op donderdag. Ik zit er doorheen. Ben niet te genieten. De dag op kantoor was geen beste. Ik zeg het ‘m. “Als ik voor jou ga, ga ik voor alles.” Slik. Die komt binnen. Zijn eerlijk- en openheid verrassen me. Hij verrast me. Overdag in overall, ’s avonds met zijn neus in Tolstoy. Maar hij verrast vooral omdat hij, zoals hij zelf zegt, een blij mens is. Net een scheiding achter de rug en zeven dagen in de week aan het werk. Een druk huishouden met drie mannen die in- en uitvliegen. Hoe dan? “Ik doe wat ik leuk vind.”

Zo simpel kan het dus zijn. En dus probeer ik in de paar uur die ik vrij heb, ook vooral dat te doen wat ik leuk vind. Samen met vriendin richt ik mijn oude slaapkamer in tot werkkamer. We scoren een oud tafeltje, schuren ‘m tot ie eigen wordt en zetten ‘m bij het raam. De grote kast uit de keuken zaagt de Engelsman door twee. Vriendin richt in, ik schuur en schilder. Het resultaat is ook nu weer boven verwachting. Voor nog geen dertig euro heb ik een geheel nieuwe kamer. Waar ik kan schrijven tot ik een ons weeg. En dat is heel lang.  

De andere vrije uren vul ik met de Engelsman en koken. De warme cake krijgt een vervolg. En hoe. “Die mevrouw van het eten” zeult schalen vol eten zijn keuken binnen. Op zaterdagavond vullen we met gemak zijn grote tafel. Het eten is goed, maar de sfeer nog beter. Wat maakt me dit blij. Van droeftoeter naar blij mens. Hoe dan? Nou gewoon. Zo. Iets met right place, right time. Nu alleen nog wat aan mijn Engels sleutelen.

3. jul, 2022

Alles om me heen gaat door, terwijl ik lijk te zweven in het luchtledige. De streep onder dat wat me al die jaren lief was, heeft nu eenmaal gevolgen.

Ik kruip langzaam onder mijn steen vandaan. Zet mezelf, tegen alle verwachtingen in, weer op een datingsite. “We hebben dezelfde postcode”, zo bericht er eentje. Jip, ik heb ‘t ook gezien. Dat biedt perspectief. We appen wat, maar hij heeft het druk en ik laat ’t voor wat het is. Dan maar niet. Hij weet niet wat hij mist.

Een paar dagen later loop ik met Bram om een klein meertje als hij weer appt. Het blijkt bij hem om de hoek. Of ik bijna klaar ben met mijn rondje. Dan komt hij er aan. Oké dan, dat heb ik weer. Heb ik een date, zie ik er niet uit. Hele dag gewerkt, chagrijnig, haren niet gewassen, oude trui met veel te strakke trainingsbroek. Bram is nat en druk. Nou ja, kom maar op. Hebben we dit ook maar gehad. Vanuit mijn ooghoek zie ik een auto aankomen. Dat zal ‘m toch niet zijn? Ik zie glimmende ogen, een grote grijns. Met raampje open zit hij ontspannen achter het stuur. Het is ‘m. Ik knik dat ik ik ben. Hij heeft me herkend. Mank, te zwaar en met hond. Hij parkeert zijn dikke auto naast mijn schrale Kangoo. Verschil moet er zijn. We praten, het gaat vanzelf. Hij komt uit Engeland, maar zijn Nederlands is verbazingwekkend goed. Koffie? Hij kijkt eerlijk uit zijn ogen. Jip. Ik durf. Ik rij achter hem aan en een paar bochten verder zit ik aan zijn grote keukentafel. Op het aanrecht glimt een immens koffiezetapparaat. Zo eentje uit een Italiaanse bar. “Je hebt op me gerekend?”

“Je lijkt me wel een gezellig type”, zo lees ik als ik thuis ben. Altijd fijn als iemand humor herkent. De week die volgt is rustig. Af en toe een berichtje. Zoveel indruk heb ik dus niet gemaakt. Ik hou me maar stil. Trekken aan een dood paard, zo leert de ervaring, levert niets op. Toch appt hij een week later weer. Nog altijd druk en veel aan het werk. Zo ook in het weekend dat volgt. Ik geloof hem. Zal ik iets lekkers voor hem maken? Breng ik dat bij hem langs. Of ben ik nu wel heel sneu. Het ergste dat me kan gebeuren is dat hij me met cake en al van zijn erf aflazert. Natuurlijk fiets ik die zaterdagavond met een warme Italiaanse appelcake in mijn rugzak naar hem toe. Ga ik dit echt doen? Ga ik echt een cake langsbrengen? Durf ik dit? Ja, dat durf ik. Denk ik.

Met rode wangen en het zweet op mijn rug bel ik aan. Snel trek ik mijn te strakke wielerjas over mijn te dikke buik. Pff, dingetje. Verbaasd doet hij open. Ik duw ‘m de warme cake in zijn handen. Eet ‘m op of voer de vogels. Wil ik niet binnenkomen? Nope. Mezelf nog meer opdringen is ook weer zo wat. Bovendien sta ik er – story of my life - weer niet op mijn allervoordeligst bij. Waarom doe ik dit mezelf toch aan. Maar zie daar. Hij lacht en yessssss, zijn ogen doen mee. 

Ik ben nog maar net thuis als hij belt. De cake is lekker. Zal hij het schaaltje even komen brengen?

To be continued.

 

 

29. mei, 2022

Wát een week, wat een maanden. Ik laat ze achter me. Ik heb de streep getrokken, tot hier en niet verder. Het wordt tijd om aan mezelf te denken.

En dus app en bel ik naar mijn vriendinnen. Ze luisteren, maken zich zorgen. Maar ze zijn er voor me. Voor de zoveelste keer. Ik praat met mijn grote kind. Hij is trots, blij. Oprecht blij dat ik de streep trek. ”Vooruit kijken mam”, ik neem zijn woorden mee. En zo kom ik de week door. Ik hoef niet meer te kijken op mijn telefoon of hij heeft geappt. Hij zal stil zijn, zoals altijd.

Ik duik in mijn kast. Op zoek naar mijn fietskleren. Ergens heb ik ze bewaard. Ik heb zin om te fietsen, te zweten. Te voelen dat ik wat doe aan mijn lijf. Aan mijn leven. Ik wil weer fit worden, genieten van die wind. Niet veel later spring ik op mijn rode fiets. Oortjes in en ik ga. Het is bewolkt, maar het lijkt niet te gaan regenen. Ik fiets mijn vertrouwde rondje. Stukje polder, stukje dijk. Het waait flink, maar terug heb ik de wind in mijn rug. En ik ga hard. Heel hard. Mijn conditie is erbarmelijk en alles doet zeer. Toch voelt het goddelijk. Even geen sores meer, even niet meer verdwaald in mijn eigen doolhof. Wind om mijn hoofd, frisse lucht er in. Opdat alle foute gedachten wegwaaien en nooit meer terugkomen. Nooit meer rondlopen in cirkeltjes, niet meer vragen stellen die hij niet beantwoordt. Zijn dubbelleven maakte mijn leven tot een behoorlijke nachtmerrie. Hoe eenzaam was het dobberen in troebel water. Hoe blij ben ik met die streep.

De wind duwt me voort. Mijn benen zijn moe, mijn lijf tintelt. Wat heb ik dit gemist. Kan ik het opbrengen om vaker te fietsen? Minder eten, meer fietsen. Ik denk zo maar dat mijn lijf er stukken beter van wordt. Tussen het dikke wolkendek piept de zon. Het geeft me net dat zetje extra en ik krijg de trappers wat makkelijker rond. In mijn oor een lekker nummer. Yes. Wat voelt dit goed. Bram schrikt als ik binnenstap. “Huh, nu al?”, lodderig staat hij op en rekt zich uit. Zijn warme kop strijkt langs mijn been. Ik ben thuis. Terug van weggeweest.

18. apr, 2022

Ik zet de laatste trombosespuit in mijn buik. Eindelijk dan. Na vier lange weken ben ik er wel klaar mee. Het afhankelijk zijn, het niet zomaar weg kunnen. Ik mag weer autorijden en, hoe eng lijkt het, weer voorzichtig proberen te fietsen.

Binnen mag ik weer zonder krukken, voor de langere stukken buiten neem ik er nog eentje mee. Ik stap voorzichtig in mijn auto. Zal het oude beestje het nog doen na zo’n lange tijd stil? Natuurlijk doet ie dat. Alsof ik nooit ben weggeweest. De auto ruikt naar Bram. Niet zo verwonderlijk omdat zijn kussen met wollen kleed wekenlang nat in de auto heeft gelegen. Een dingetje. Maar niet erg. Ik mis die blonde als een gek. Het is heerlijk om visite te kunnen ontvangen zonder dolle Labrador om ons heen, maar zijn blije zachte ogen, zijn kop op mijn schoot als ik het moeilijk heb… drie keer niks om zo alleen in huis te zijn. Toch went het. Zoals alles lijkt te wennen. Nog een weekje en dan pik ik ‘m weer op. Twee keer ben ik bij hem geweest. En twee keer heeft hij alleen maar geblaft en naar de deur gekeken. Zo van “jaaaa, daar is ze. We kunnen gaan hoor”. Slik.

Op zaterdagavond stap ik aarzelend op mijn rode RIH. Niet wetende hoe ik straks af moet stappen. Hoe doe ik dat normaal gesproken? Het is druk in het dorp. De Bokkentocht kent veel fans. Ik rijd gauw de drukte uit en sla af richting polder. En daar is mijn vrijheid weer. Het gevoel dat alles kan, ik gewoon weer gezond ben. Even geen kronkels meer hoe alle gedachten te ordenen, wanneer en of ik een beslissing moet nemen. Ik rijd de zon tegemoet, richting meer, richting duinen. “Klein stukje hè”, zo echoën de woorden van de fysio in mijn hoofd. Hoe ultiem is dit gevoel en hoe lang heb ik het niet gevoeld. Ik heb geen pijn, alleen mijn knie piept en kraakt. Langzaam trap ik de pedalen rond. Eerst nog met mijn hak, vijf minuten later weer met mijn voorvoet. De zon prikt, mijn wangen tintelen. Niet veel kan hier tegenop.

Een beslissing. Ik hik er tegen aan. Lig wakker, wik en weeg. Moet ik alles op zijn beloop laten, het leven nemen zoals het nu is en gewoon maar afwachten? Houd ik vast, laat ik los. Misschien wel allebei? Hart en hoofd botsen. Zoals eerder, zoals altijd.

26. mrt, 2022

Dankbaar ben ik. Voor de geleende krukken, alle aandacht die ik weer krijg. Een week nadat mijn kind uithuizig is, breek ik mijn heup.

Ik kan er een heel spectaculair verhaal van maken, maar de werkelijkheid is dat ik met nul in het uur van mijn fiets aflazer. Ik mis het knopje van het stoplicht, realiseer me dat mijn rechtervoet niet helemaal tijdig de grond raakt en ik stort ter aarde. Als een blok beton. En vol, vol op mijn heup. Niet meer, niet minder. Gelukkig is daar mijn vriendin die me met haar gebroken rug naar boven probeert te takelen. Hoe fijn is het als bijna superarts Erik voor me afstapt en met ons meedenkt hoe nu verder. Ik kan niet staan en verkies de vluchtheuvel zo midden in het zonnetje. Ik lig prima, ik hoor het wel wat er gaat gebeuren. Uren later lig ik met morfine in mijn lijf naar het plafond te staren. Klaargestoomd voor een operatie, want ik ben “pechvogel” van de dag. Ik heb een breuk en een hele mooie, dat dan weer wel. Maar zonder operatie gaat het ‘m niet meer worden. Er wordt gesproken over een katheter, geriatrie. Zijn ze helemaal idioot. Vriendin en ik lachen onze broek aan flarden. Nou, vriendin dan. Die van mij is inmiddels uit.

Een dag later word ik geopereerd. De ruggenprik is niet helemaal afdoende en ik voel de boor, de hechtingen. Mijn grootste nachtmerrie wordt werkelijkheid, want dit is, zo zegt chirurg later, ‘natuurlijk niet de bedoeling’. De pijn is uit te houden en ik houd me zo rustig mogelijk. Na de operatie is er alle hens aan dek, stijgt mijn bloeddruk en word ik platgespoten. Geen pijn meer, heerlijk slapen en misselijk weer wakker. Drie schroeven fixeren de boel en een dag later mag ik weer naar huis. Dat ik alleen ben, is ineens een dingetje. Nou ja, meer een ding. Het kind biedt aan te komen, maar het lijkt me niet nodig. Als er maar een plek is voor Bram ergens, dan komt het goed. Die plek is er. Via de kennel belandt deze bij de vader van het kind. Hoe lief en hoe fantastisch dat Bram naar zijn oude baas kan. De komende zes weken.

En zo zit ik ineens weer met krukken in de tuin. In korte broek, in de zon. Mijn baas brengt voor zestien dagen lasagna met zelfgebakken brood, mijn vriendin komt met kippensoep en kaas.  Collega’s staan met fruit, ovenschotel en koolsalade op mijn stoep. Met mijn kind doe ik samen de boodschappen. Aan aandacht kom ik niets tekort. Collega’s en vrienden, ze zijn er. Zelfs het lief op afstand staat na een dag of wat enigszins verlegen in mijn tuin. Zijn arm en knuffel zijn warm en oprecht. Voor even is er geen gedoe en staat er niets tussen ons in. Is het weer zoals het zou moeten zijn, namelijk samen.

Een onstuimig begin van de lente. Zal het een voorbode zijn voor de rest van het jaar? We gaan het zien. Eerst maar herstellen. Alle lieverds koesteren die er voor me zijn, zodat we straks, als mijn krukken aan de wilgen hangen, aan één lange tafel in mijn tuin kunnen eten en drinken. Van boze droom naar een hele leuke.