11. nov, 2022

Van Mars

Het begint met wat gesnotter. Gesnuif. Beetje hoofdpijn. Alarmbellen in mijn hoofd. Alsof er een aanval aan zit te komen. En een beste ook.

Ik voel me rot. Heb het koud en warm. Het hoofd stuitert, het bekende metalen gevoel. Ibuprofen, paracetamol. Ik slik alles. Ik maak soep en breng het naar de Engelsman in de polder, maar ga niet verder dan de deur. Ondanks een negatieve test, het voelt niet goed. Bibberend van ellende duik ik ’s avonds mijn bed in. IJlend word ik wakker. Wangen rood, snot overal. Ik droom over een akte. Eentje die maar niet af komt, omdat ik blijf hangen bij dat ene regeltje. Een regelrechte nachtmerrie. Om de vijf minuten wakker en telkens dezelfde regel.

Weer een nieuwe test. Deze keer twee dikke rode strepen. Corona. Tot nu ver van mijn bed. Ineens ligt ie naast me. Dagen gaan over in nachten, ik slaap of probeer te slapen. Alles om het nare gevoel in mijn hoofd te skippen. Het kind maakt eten. Zet alles keurig bij de slaapkamerdeur. Ik loop met mondkap op naar de wc. Hij mag niet ziek worden. Als het kind werkt, verzamel ik moed. Bram moet er uit. Zie daar, een heel spektakel. Ik loop op wolken, mijn voeten lijken de grond niet te raken. Ik voel me niet alleen een marsmannetje, ik ben het. Joehoe. Het is bijzonder. Ik schat de afstand in tussen de lantaarnpalen, de bomen. Hou me vast waar ik kan. Slaak een zucht van verlichting als ik mijn sleutel weer in de voordeur steek. Missie volbracht.

We zijn een week verder. De neus loopt, het hoofd sluimert. Niet klachtenvrij, niet aan het werk en niet op route. De sjaal die ik aan het haken ben, mislukt. Totaal. Van smal naar breed en weer naar smal. Een beetje zoals ik zelf. De harige wol is prachtig en haakt fantastisch, maar ik heb geen flauw idee waar ik de naald in steek. Mijn rechteroog kijkt in mijn linker broekzak. Ik doe maar wat. Kan mij het ook allemaal schelen. Ik haak, ik slaap, kijk een filmpje en kijk scheel. Het boek dat ik onverwachts van mijn kind krijg, kan ik nog niet lezen. Maar zijn gebaar ontroert. Wat ik wel kan, is een appelcake maken. Het kind is van huis, dus ik sluip mijn isolatiecel uit. Hoe lekker is het uitlikken van de mengkom. De cake in de oven ruikt naar pizza. Heel heel misschien ligt er nog iets op de bakplaat. Zo ruikt het wel. Kansloze sjaal, kansloze cake. Was de cake dat niet sowieso al? Covidcake, een nieuw soort spacecake. Het klinkt als muziek in mijn oren, maar hé, ik kom net van Mars.