27. okt, 2022

Appelmoes

Nat, natter en heel nat. De markt op Camping Bakkum is het. Vriendin haalt me over om te gaan staan. Met partytent en spullen uit de berging. En wat een geluk. De tent blijkt waterdicht.

Het waait, het stormt. We hangen aan de stangen van de tent. Hoe blij kun je ineens zijn met je eigen gewicht. Geen schuldgevoelens deze keer als ik een appelflap naar binnen prop. De regen waait naar binnen. Mijn sjaals soppen en in de kommen zit water. “De soep zit er al in”, zo roept vriendin monter. Iets met de moed er in houden en vooral veel zelfspot. Mijn schroom achter de kraam is weg. Ik vind het leuk wat ik verkoop, dus kom maar op. En dat lukt. Mijn tafeltje raakt leger. Ik zie blije mensen en dus, ben ik het ook. Blij. Was het me hier niet om te doen?

Het is niks dat ik ouder word, maar de bevolkingsonderzoeken volgen elkaar op. Baarmoederhals- of darmkanker. Ik weet het, het is een goede zaak en dus zal ik braaf meedoen. Maar confronterend  is het wel. De Engelsman worstelt met zijn eigen midlifecrisis. Zijn hele dikke auto wordt opgevolgd door een andere dikke auto. Met leer en walnoot als interieur. Als twee kleine kinderen zitten we nieuwsgierig aan alle knopjes. Klappen we de hoofdsteunen achterover met een druk op de juiste knop. Als een koningin zit ik voorin. Glijdend en wel, want leer en een gladde broek: het is vragen om moeilijkheden. Met een big smile kijkt hij me aan. “Leuk hè?” Ja, het is leuk. Ik heb niet zo veel met die dikke auto’s. Maar zijn ogen glimmen en dus glim ik met hem mee.

Samen plukken we appels in zijn tuin. Zijn ex plantte ooit het boompje, wij plukken de vruchten. Een goede volgorde, al zeg ik het zelf. Ik schil en schil. Maak flappen en moes. Denk terug aan het moment dat ik een schaal vol warme appelmoes kreeg van een vriend. Zijn handen rauw van het schillen, zijn gezicht net zo rood als de appels. Daar stond hij op zijn sokken voor mijn deur. Appelmoes was nog nooit zo lekker.