9. okt, 2022

Energie

Hoe herkenbaar is het gevoel. Om niet te weten waar je moet beginnen. De doos met wol die ik kocht op Marktplaats wacht. Geduldig. De wol is het, maar ik niet. Ik moet lezen, maken en leren. De Italiaanse les moet ik voorbereiden en de herhalingscursus BHV idem dito. Maar het kriebelt. Ik wil maken. Bovendien schijnt de zon buiten en lonkt het stoeltje in de berging. Half geschuurd, ontdaan van zijn zitting. Ik wil schuren. Ik wil leren. Haken. Ik wil alles.

De week in Italië samen met vriendin heeft me goed gedaan. Ik mocht weer proeven, ruiken en voelen. Het weerzien met familie, de onverbreekbare band met mijn roots. Ik eet door mijn neef zelfgevangen en –gegrilde paling, Stort me gretig op de borden pasta, gnocchi en gestoofde kool. “C-A-P-P-U-C-C-I-O”, mijn tante spelt het woord bijna. Mijn Italiaans is redelijk maar het woord voor spitskool ontbrak nog aan de woordenschat. Ik leer dat ik aan de saus voor de pasta een beetje nootmuskaat moet voegen. Gehakt, fijn uitje, tomaten, zout, peper en dus de nootmuskaat (voor het zoetje). Haar saus en die van mijn moeder. Geen poespas, geen vreemde dingen. Altijd en eeuwig hetzelfde, maar niet te evenaren.

Voor het eerst in mijn leven stap ik een Italiaanse kringloop binnen. Ik kwijl bij de boeken en kies zorgvuldig. Een kleine oude Zingarelli (woordenboek) mag mee. Twee oude bordjes voor aan de muur. Ondertussen kijk ik mijn ogen uit. Verlies ik mezelf tussen een oud ijzeren éénpersoonsbed en een grote mandfles. De koperen kraan ergens op een oud, maar waanzinnig leuk tafeltje. Was ik met de auto geweest, was ik los gegaan. De enorme stelling met oude wijnflessen staat stoffig te pronken. Brutti e buoni tegelijk. Hoe waanzinnig is dit.

Met een andere vriendin beland ik na Italië achter een heuse kraam op een fair in de buurt. Verlegen verkoop ik mijn sjaals en de gehaakte onderzetters van oude spijkerbroeken. Nee, ik verdien er bijna niets op, maar dat ik iemand blij kan maken met dat wat ik zelf maak, doet goed. Ook de vele handgemaakte schaaltjes, potjes en bakjes van klei, waarin zoveel liefde en energie is gestopt door anderen, gaan als zoete broodjes. Het verbaast me niets. Want je voelt het als je ze ziet en vasthoudt. Het zijn de brutti’s, de zogenaamde lelijkerds. Niet perfect, met een randje of schots en scheef, maar ontroerend mooi.

De energie die ik van alles krijg, is welkom. Meer dan. Ik overlaad mijn hardwerkende Engelsman met pannen vol vers eten. Ik heb eer van mijn werk, want soep uit blik vindt hij nu niet meer lekker. Hij werkt zo hard dat het mij niet zal verbazen als hij straks niet meer weet wie ik ben. Of, nog erger, niet meer weet wie hij zelf is. Wie weet en kan ik – zo zei de gek - het tij een beetje keren. En ziet hij in dat er naast werken nog veel meer leuks in het leven is.