6. aug, 2022

Scheepje varen

De Engelsman is uit varen. Hij is onderweg naar Engeland. Dit wordt een vrijgezellig weekend.

Uit mijn werk loop ik de supermarkt binnen. Biefstuk, champignons, ui. Wit brood om mee te soppen. Dit weekend gaat goed beginnen. Mijn hoofd zit vol, ik stuiter. Een sjaal haken was een goed idee. En nee, een tien heeft ie niet gekregen, maar hij mag mee. Niet voor zijn moeder, wel voor zijn schoonzus. Voor zijn moeder heb ik die ene. Die ene aller-, allermooiste sjaal ooit gemaakt. Die van wol, met een verloop van kleuren. Van donkerblauw naar wat lichter en weer terug. Het is de sjaal waar ik uren, weken aan haakte. Die sjaal, die geef ik weg. Het is mijn vriendin die het zetje geeft. “Je moet toch altijd weggeven dat wat je zelf het mooiste vindt?” Ze heeft gelijk. Het is zijn moeder aan wie ik ‘m geef. Beter kan ie nu niet terecht komen.

Het haken brengt rust. Het zelf maken brengt rust. Hoe vaak heb ik het mogen ervaren en hoe vaak vergeet ik het ook weer. Met de kringloop als mijn bakermat, als oase. Er is zoveel wat ik zie, waar ik iets mee denk te kunnen. Geen tijd, maar vooral geen energie. Geen zin, geen doel. Voor wie, voor wat, waarom. Het tij lijkt gekeerd. Achter me, in mijn nieuwe oude kamertje, staat de kastdeur open. Houten kisten vol materiaal, laden die uitpuilen van de wol. Kralen, stukken leer. Oude spijkerbroeken. Het schreeuwt me toe. Van chaos tot rust.

Buiten schijnt de zon. Het vrije weekend lonkt. Ik ga fietsen, het gras maaien. Een lekkere taart maken. Voor mijn kind of mezelf. Of voor de overbuurvrouw. Die haar soulmate nu voor altijd moet missen. Een gemis dat mij raakt tot in mijn tenen. Want wat is die kaart mooi. De kleinzoon die zijn opa naar zijn laatste rustplaats rijdt. Het geeft me kippenvel. Zoveel liefde, zoveel harmonie. Zo hoort het. Zo moet het leven zijn.