17. jul, 2022

Saai

De sperziebonen doe ik in de tuin. Stoel en hoofd in de schaduw. Mijn benen in de zon. Met een scherp mesje ontpunt ik ze. Geen idee hoe het heet. Ik leg ze in het koele water in de pan. Een beeld van mijn moeder flitst door mijn hoofd. Altijd wel bezig met eten. De boodschappen, de voorpret om te maken waar ze zelf trek in had en dan, vervolgens, het klaarmaken.

Mijn moeder had geen grote wensen. Tenminste, niet dat ik weet. Ze leefde het leven zoals het kwam. Een Italiaanse wispelturige echtgenoot, zij zelf een Friezin met de benen op de grond. Een combinatie die prima werkte. Het huwelijk hield 44 jaar stand tot de dood van mijn vader. Mijn moeder die ’s morgens werkte, boodschappen deed, boeken las, sokken breide of, inderdaad, aan het koken was. Het samen eten als hoogtepunt van de dag. Overzichtelijk en rustig. Saai. Zo vond ik toen. Ik ging het heel anders doen.

En zie nu. Kijk mij nou. Ik zit met het mooie weer met een zak sperziebonen op schoot, hond aan mijn voeten. Midden op zondag. Ik hoef nergens heen. Ik hoef helemaal niks. Ook ik ben bezig met het eten. Boodschappen, de voorpret, het klaarmaken. Mijn was hangt aan de lijn. Ik veeg de tuin, eet een waterijsje. Schrijf wat en geniet van het ogenschijnlijk niks doen. Voor even geen onrust (wat wil ik, wat kan ik). Geen grootse meeslepende gedachten. Geen verdriet, helemaal niks. Gewoon rustig. Alles overzichtelijk, alles onder controle. Straks samen eten met de Engelsman en zijn gezin. Als een moederkloek sleep ik het eten naar het honk. Richting kuikens, richting haan. Met straks het samen eten als hoogtepunt van de zondag. Saai? Echt niet.