3. jul, 2022

Warme cake

Alles om me heen gaat door, terwijl ik lijk te zweven in het luchtledige. De streep onder dat wat me al die jaren lief was, heeft nu eenmaal gevolgen.

Ik kruip langzaam onder mijn steen vandaan. Zet mezelf, tegen alle verwachtingen in, weer op een datingsite. “We hebben dezelfde postcode”, zo bericht er eentje. Jip, ik heb ‘t ook gezien. Dat biedt perspectief. We appen wat, maar hij heeft het druk en ik laat ’t voor wat het is. Dan maar niet. Hij weet niet wat hij mist.

Een paar dagen later loop ik met Bram om een klein meertje als hij weer appt. Het blijkt bij hem om de hoek. Of ik bijna klaar ben met mijn rondje. Dan komt hij er aan. Oké dan, dat heb ik weer. Heb ik een date, zie ik er niet uit. Hele dag gewerkt, chagrijnig, haren niet gewassen, oude trui met veel te strakke trainingsbroek. Bram is nat en druk. Nou ja, kom maar op. Hebben we dit ook maar gehad. Vanuit mijn ooghoek zie ik een auto aankomen. Dat zal ‘m toch niet zijn? Ik zie glimmende ogen, een grote grijns. Met raampje open zit hij ontspannen achter het stuur. Het is ‘m. Ik knik dat ik ik ben. Hij heeft me herkend. Mank, te zwaar en met hond. Hij parkeert zijn dikke auto naast mijn schrale Kangoo. Verschil moet er zijn. We praten, het gaat vanzelf. Hij komt uit Engeland, maar zijn Nederlands is verbazingwekkend goed. Koffie? Hij kijkt eerlijk uit zijn ogen. Jip. Ik durf. Ik rij achter hem aan en een paar bochten verder zit ik aan zijn grote keukentafel. Op het aanrecht glimt een immens koffiezetapparaat. Zo eentje uit een Italiaanse bar. “Je hebt op me gerekend?”

“Je lijkt me wel een gezellig type”, zo lees ik als ik thuis ben. Altijd fijn als iemand humor herkent. De week die volgt is rustig. Af en toe een berichtje. Zoveel indruk heb ik dus niet gemaakt. Ik hou me maar stil. Trekken aan een dood paard, zo leert de ervaring, levert niets op. Toch appt hij een week later weer. Nog altijd druk en veel aan het werk. Zo ook in het weekend dat volgt. Ik geloof hem. Zal ik iets lekkers voor hem maken? Breng ik dat bij hem langs. Of ben ik nu wel heel sneu. Het ergste dat me kan gebeuren is dat hij me met cake en al van zijn erf aflazert. Natuurlijk fiets ik die zaterdagavond met een warme Italiaanse appelcake in mijn rugzak naar hem toe. Ga ik dit echt doen? Ga ik echt een cake langsbrengen? Durf ik dit? Ja, dat durf ik. Denk ik.

Met rode wangen en het zweet op mijn rug bel ik aan. Snel trek ik mijn te strakke wielerjas over mijn te dikke buik. Pff, dingetje. Verbaasd doet hij open. Ik duw ‘m de warme cake in zijn handen. Eet ‘m op of voer de vogels. Wil ik niet binnenkomen? Nope. Mezelf nog meer opdringen is ook weer zo wat. Bovendien sta ik er – story of my life - weer niet op mijn allervoordeligst bij. Waarom doe ik dit mezelf toch aan. Maar zie daar. Hij lacht en yessssss, zijn ogen doen mee. 

Ik ben nog maar net thuis als hij belt. De cake is lekker. Zal hij het schaaltje even komen brengen?

To be continued.