3. okt, 2021

Pittig

Het regent aan één stuk door. Bram kijkt vragend en ik ga op zoek naar mijn dikke zwarte regenproof jas. Een paar jaar geleden gekocht voor te veel geld, maar nog altijd heel fijn. Nadeel is natuurlijk wel dat je dan ook te lang doet met dezelfde jas. Dus, zo bedacht ik me, koop ik dit jaar een hele andere. Eentje die wel kleur bekent. Het is gelukt: knal, knal, maar dan ook knaloranje. Een vegan lammycoat met borg. Royal Orange en omkeerbaar. Ook deze kost te veel geld. En dan zie ik er ook nog eens uit als een hippie waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is. Who cares. Hij is te leuk.

Eenmaal buiten begint het grote genieten. De geur van een houtkachel, nat hout en gewoon regen. Ik slenter door het gras, door de bladeren overal. Bram is uitgelaten blij en volgt alle nieuwe sporen. De oude zijn uitgewist door het vele water. Ik zie mijn favoriete kleuren. Terra, oker, bruin. Ik zie de struik met de prachtige paarse besjes. Waar ik vanaf nu elke dag langs loop en telkens weer denk, zal ik… zal ik er een tak aftrekken. Vorig jaar schoorvoetend en met klotsende oksels er een mini-takje vanaf geknipt. Dankbaar stond het maandenlang vervolgens mooi te zijn in mijn vensterbank. Eerlijk gejat (plantsoen is openbaar, maar als iedereen doet wat ik doe, is er geen plantsoen meer), maar wel gejat.

Vandaag hoef ik niet langs de lijn te staan en te kijken naar mijn te grote kind. Hij voetbalt immers niet meer. In de regen was het nooit een feestje, maar ik mis het wel. Al was het alleen maar om de ogen te zoeken van die ene. Die daar ook altijd stond. Nu sta ik aan de zijlijn mee te kijken naar zijn nieuwe project. Uren zit hij aan de keukentafel. Geconcentreerd, koptelefoon op. Een project dat niet meteen met een daverend applaus wordt ontvangen. Dat is terecht, ongetwijfeld. Hij voelde het zelf al. Toch krimpt mijn hart een beetje bij zijn teleurstelling. Verbeten ploetert hij door. Hoe moeilijk is het voortborduren op iets waarvan je dacht dat het al stond. Ik weet er alles van. Mijn eerste artikel werd met veel gejubel onthaald, het tweede haalde de eindstreep niet. Van kritiek groei je. Alleen door fouten te maken leer je. Oneliners, ik ken ze, ik weet het, ik verkondig ze zelf ook. Maar wat zou ik hem graag behoeden voor welke pijn dan ook. Ik schenk maar wat lekkers voor hem in, schil een appel. Geef hem een bemoedigende kus op zijn kruin. Hij zit, dus ik kan er bij.

De afgelopen weken waren best pittig. De bladeren vallen en mijn hoofd zit vol. Ik leg zout op iedere slak die ik tegenkom en kan de tegenvallers in het leven niet mijn opgeheven hoofd bieden. Ik ben boos, verdrietig. Voel te veel en schrijf alles van me af. Ook deze stukken halen de eindstreep niet. Ik ben te bang dat ik mensen raak, pijn zal doen. Ook al zijn het waarheden als een koe, mijn tact is ver te zoeken. Ik publiceer niets. Laat het geschreven woord voor wat het is en gebruik het deze keer niet als wapen. Mijn grote wijze kind schudt me wakker. Boos haalt hij uit en zet me grandioos op mijn nummer. Terecht? Ongetwijfeld. Het zet me aan het denken. Het laatste wat ik wil, is als zuur verbitterd oud wijf op de bank te eindigen. Achter mijn sanseveria’s. Die het overigens heel goed doen bij mij. Rough en tough, zo stond er op hun kaartje. Nou, dat ben ik ook. En verbeten herpak ik mezelf. Ga het gesprek aan met kind en met dat lief op te veel stappen afstand. Voor de verandering luister ik een keer. Het helpt.