30. aug, 2021

Truttig

Tafel 1 was wit. Een legertafel. Smal, lang en leuk. Maar wiebelig en voor een iets te grote (en zware) ex te onvast op zijn pootjes. Dus verkocht ik ‘m op Marktplaats. Aan een echt niet leuke dame, die ‘m eigenlijk niet waard was. Maar hé, verkocht is verkocht.

Tafel 2 was van steigerhout, groot en rond op een kolompoot. Gekocht van een collega en later zwart geschilderd met schoolbordverf. Bij een potje rummikub waren we de stenen soms kwijt in de gleuven (soort spaarpot, maar dan anders) en bij het typen waren de randen van de tafel best scherp. Tafel belandde in de berging achter in mijn tuin. Misschien ooit goed als tuintafel?

Tafel 3 kocht ik voor een tientje op Marktplaats. Tafel was massief en niet te ontmantelen. Zo dachten we. En dus tilde de gymmert zich een bult. Tafel ging van een bedrijfsunit op één hoog naar de auto en van de auto naar mijn keuken. Groot, log en wel erg leuk. Maar rond en in mijn nieuwe keukenopzet niet handig. Te rond, te groot. Bovendien niet de goede kleur. Tafel ging weer op Marktplaats en ik verkocht ‘m voor hetzelfde tientje. En nu ineens, eureka, de tafel kon heel best uit elkaar. In drie stukken. Makkelijk te tillen en te verslepen. Oeps.

Tafel 4 roept me bij de kringloop. Eigenlijk ging ik voor zijn buurman. Een toffe ovale tafel met heel oud blad en gek onderstel. Maar ook eentje met houtwurm. Tenminste, die gezelligerts hadden er een gatenkaas van gemaakt. Geen optie in een oud huis. Tafel 4 is klein, met, zo roept het lief op afstand, elegante pootjes. Een extra aanzetstuk en van donker (vermoedelijk) eiken. En past, zo schat ik in, bijzonder goed bij het nieuwe pronkkastje met pruttels. Dus kijk ik de mannen van de kringloop lief aan. Ze laden het gevaarte in mijn Kangoo en ik til ‘m niet veel later met het grote kind hoog boven me uit (paadje naast huis is net iets te smal) de tuin in. Ik heb geen geld, maar wel spullen. Want jongens, van mijn ex kreeg ik ooit als cadeautje een waanzinnige schuurmachine. Een Festool. Die van hem (ooit was het van die van ons) had ik vakkundig gesloopt, dus nu mag ik die van mezelf kapot maken. In mijn korte broek en met rode wangen heb ik de zaterdagmiddag van mijn leven. Ik schuur de tafel kaal en oh jongens, hij matcht. Pronkkastje en tafel zijn voor elkaar gemaakt.

“Mam? Waar is mijn korte broek met die scheur? Heb jij die uit mijn kast gehaald?” Yep. Dat heb ik. “Hij ligt op tafel. Ik heb er een onderzetter van gehaakt.” “Ohw, goed hoor.” Het kind is wel wat gewend ondertussen. Nee, het klinkt niet heel stoer. Ik, hakend op de bank. Soms hele middagen of avonden lang. Gewoon omdat ik dan geniet van dat wat ik maak. Dat het groeit onder mijn handen. Een vorm van mediteren noemde de gymmert het. Ja, misschien is dat het wel. Gedachten die dwalen. Ook naar die hele hele fijne momenten vroeger met mijn moeder. Omdat ze een grote lap had gekocht waar ik op mocht oefenen met borduren. Of omdat ze me hielp met breien. Hoe leuk was het. Ik als kind van school rennend naar huis, over bruggetje, door de steeg. Trap op. Jaja, omdat ik steevast moest plassen, maar ook omdat ik dan nog eerder kon handwerken. Te truttig voor woorden. Ik weet het. Ik heb het nog steeds. Het willen maken, het bezig willen zijn. Alleen maar zitten op de bank, ik kan het niet. Of het moet met een spannend gezelschap zijn. Maar dan blijft het overigens ook niet alleen bij zitten.

Dus, moraal van het verhaal: ik ben op zoek naar oude spijkerbroeken. De onderzetter is klaar, een placemat lonkt. Of dat hele grote kleed voor op de grond. Ik vraag collega’s, ik vraag het mijn nieuwe aanwinst. En nu vraag ik het jullie. Heb je nog iets liggen? Mail, app of bel. Of kom gewoon langs. Thanks. 

#jeansoptafel; #bruttiebuoni