3. jul, 2021

Verjaardag

27 juni. Het is de verjaardag van mijn moeder. Al elf jaar is ze er niet meer, dus van vieren komt het er niet meer van. Toch is het raar. Je viert het leven tijdens haar leven, maar waarom dan niet meer daarna? Om te vieren zoals het was?

Hoe vaak heb ik het ontkend. Dat ik misschien meer op haar leek dan ik zou willen? Maar als ik naar mijn huis kijk, naar mijn tuin, kan ik er niet omheen. Alles ademt haar. De drukte, de gezelligheid (dát vinden wij), de veelheid aan spullen. Overal stekjes, in een glaasje water of al geplant. Weggooien is een dingetje, dus proberen we er weer wat van te maken. Of te bewaren. De kledingkasten die vooral dicht moeten blijven. De kans dat er iets uitrolt is te groot. Maar gelukkig ben ik ook net zo gul. Net als zij kan ik veel missen. Mijn kind dat over niet al te lange tijd uitvliegt en zijn oog heeft laten vallen op mijn broodtrommel. Een oudje, dus met een plekje hier en daar. Ik kreeg ‘m van een lieve collega, dus is ie me dierbaar. Hoe ongelooflijk fijn zou het zijn als ie straks in hun keuken een plekje krijgt? Dat ik ‘m door kan geven? Een gratis stukje blijdschap. Ik benadruk het nog maar eens tegen het lieve schoonkind: plak een sticker op dat wat je leuk vindt en neem het mee. Wat van mij is, is van jullie.

De laatste weken waren pittig. Dubbele banen, weinig tijd voor andere dingen. Ik ga op een fijne manier weg bij mijn oude kantoor. Ik bedank de baas oprecht voor zijn vertrouwen. Zijn net zo gemeende “jij bedankt” (met de nadruk op jij), brengen me van mijn stuk. Hij is oké.

Mijn besluit om niet meer te snoepen houdt vooralsnog stand. Heel af en toe pik ik iets uit die oude trommel. Mijn koffiekopje met suiker lik ik schoon. Toch past het blote spijkerjurkje dat ik bestel helemaal, maar dan ook helemaal niet. Ja, als een standbeeld, met buik in en armen ferm tegen het lijf. Echt zoden aan de dijk zet het niet snoepen dus nog niet. Iets met volhouden en wennen. Duhhh.

De weekenden alleen zonder kind of grootse liefde, doorsta ik dapper. Natuurlijk zak ik er af en toe in. En dan best ook. Ineens is die bodem van de put dichterbij dan ik zou willen. Dat zompige muffe ding. Het alleen zijn blijft een dingetje en confronteert me wekelijks met iets wat ik niet wil. Hier heb ik destijds toch niet voor gekozen? Ik zal er mee moeten dealen. Een film triggert, de trailer spreekt me aan. Zal ik alleen gaan of kijken of iemand met me mee wil. Ik kies voor het alleen gaan. Hoe beroerd voelde ik me ooit in zo’n weekend alleen toen de gymmert braaf kwam opdraven, maar qua lichaamstaal maar al te duidelijk maakte dat hij liever ergens anders was. Zijn woorden dreunen nog na. “Je gaat anders toch niet.” Dus bestel ik nu wel dat ticket voor mij alleen, pak de fiets en sjees weg. De film is leuk, confronterend en heel herkenbaar. Love in a bottle. Yo, I’ve been there. Vrolijk (film heeft happy end) fiets ik in mijn Italië sweater snel naar huis. Met een beetje mazzel ben ik nog op tijd voor het volkslied. Italië moet voetballen. Ik settel me als een tevreden poes op de bank. App met kind en een andere lieverd. Met hen deel ik mijn filmavontuur en de voetbalwedstrijd op tv. Alleen? Ja. Eenzaam? Nu even niet.