1. mei, 2021

Van drie naar één

Zodra ik wakker word, weet ik het. Vandaag moet ik weer. Iemand teleurstellen. Het kiezen voor mezelf gaat me niet in de koude kleren zitten. Waarom blijf ik zoeken?

Gewoon omdat ik word gevraagd. Voor de vierde keer ontvang ik een berichtje. Mocht ik nog een baan zoeken, ben ik welkom. Haar kantoor is om de hoek, ik werkte er al eerder. Lieve mensen om me heen praten op me in. En ik praat met haar. Want ook op mijn huidige kantoor sta ik voor een keuze. En nu kan en mag ik ineens kiezen uit drie kantoren. Hoe bont, maar ook hoe luxe wil je het hebben.

Natuurlijk is het gesprek fijn. Zijn de uren die ik er proefdraai gewoon goed. Voel ik de rust van de mensen om me heen, het vertrouwen van haar. Zie ik de voordelen. Want nu mijn kind toch sneller dan ik hoop mijn huis verlaat om zijn leven met zijn liefste te delen, heb ik ineens een hond die dan hele dagen alleen zit. Hoe lekker is het om tussen de middag  een rondje om te kunnen? Gewoon omdat ik maar vijf minuten hoef te fietsen?

Ik wik, ik weeg. Ik voel, praat en overleg. Kan ik het maken om na vier maanden mijn ontslag in te dienen. Nee. Dat kan ik niet. Of wel? Ik neig naar het één, kies voor het ander. Ga van hot naar her met mijn gedachten. In mijn hoofd woedt een storm, wat een puinhoop maak ik er van. Of juist niet? En is dit juist de stap die ik moet maken? Het kiezen voor mezelf is en blijft een dingetje. De enige keer dat ik het ooit echt deed, kostte me mijn huwelijk.  Zat ik met kind en kat op schoot ineens op een andere bank. In een ander huis. Ook een dingetje.

Ik ga naar kantoor. Zal ik? Moet ik? De zenuwen gieren door mijn lijf. Ik praat met collega, met vriend en vriendin op de app. Het berichtje voor het kantoor om de hoek staat klaar. Als ik het verzend, moet ik. Is het definitief. Ik tel tot tien en druk. Pffff. Ik heb een nieuwe baan.