10. mrt, 2021

Warme ogen

En zo kan het zijn dat ik ineens in de tuin sta te dansen. Met bezem, onkruidding aan stok of schep. Deze keer geen sterke armen die me helpen, dus is het mijn strijd tegen de elementen. Op spotify maak ik een lijstje, met nummers waar ik van hou. Die me door roerige tijden heen slepen. Hoe bedenkelijk wordt het als spotify mijn lijstje spontaan aanvult.  En met Demis Roussos op de proppen komt. Jaja, het geeft iets weer van mijn muzieksmaak, ik weet het. Het is goed dat ik oortjes in heb en mijn buren ervan bespaard blijven. Kan ik het helpen dat ik wegkwijn bij een Neil Diamond of Charles Aznavour.

Hoe eenzaam mijn strijd ook lijkt in die tuin, ik heb er plezier in. Ik sop, snoei en veeg. Ruim op, gooi weg. De rolemmers staan aan het eind van de dag met dikke buiken langs mijn pad. Hoe lekker voelt de zon, de ruimte in mijn hoofd en nu ineens ook meer in mijn tuin. Mijn pallethoek koester ik, want daar is het driedubbel genieten. ’s Morgens, maar ook des avonds. Met wijn, houtvuurtje en her en der wat kaarslicht. Warme ogen doen de rest. Ben benieuwd of ik zulke ogen naast me tref dit jaar.

Mijn proeftijd op kantoor is voorbij. Mijn inbreng gaat geruisloos, alsof ik er al jaren zit. Een dossier blijft een dossier. Of ie nou op het ene kantoor ligt of op het andere. Als ik uit het ziekenhuis terug naar huis rijd, kom ik langs het oude kantoor. Ik kan het niet laten en stap binnen. Want hé, ook daar ligt mijn hart. Mijn kamer is kaal. Kaler dan kaal. Ik mis mijn schilderij, mijn planten. Maar de meiden zijn hartelijk, de baas dito. Waarom ging ik ook al weer weg?

Het ziekenhuis. De controle na een jaar. Een jaar, hemel. Ik loop ontspannen van parkeerplaats naar binnen. Geen pijn, geen hoofdbrekens hoe ik dat stuk moet overbruggen. De foto is goed, alles zit zoals het moet. Van het scheurtje in mijn scheenbeen is niets te zien. De komende dertig jaar moet de knie het goed doen. Levenslange garantie. “Onwaarschijnlijk goede functionaliteit en stabiliteit”, ik hoor het hem zeggen. Heeft hij enig idee hoeveel bloed zweet en tranen me dat heeft gekost? Ja, dat heeft hij. “Ik zei toch dat het een pittige operatie was?” Grijnzend neem ik afscheid. Hij blijft een lekker ding. Drie tikkies te jong, maar who cares. In tuinbroek, met een shotje of wat , voel ik me dat immers ook. Van mijn oude buurvrouw die 50 wordt, krijg ik het verzoek om vanuit huis (Corona spant de kroon) te proosten en te toasten op haar leven. Twee flesjes vallen op de deurmat. Kind laat ‘m aan zich voorbijgaan, maar ik niet. Ik maak mezelf nuttig en sla ‘m achterover. In tuinbroek mag immers alles. En oh jongens, ik ga een pallet vol inslaan. Want hoe lekker vind ik dit. Fout lekker. Mierzoet en verraderlijk voor een bleu ding als ik. Van eentje krijg ik al de slappe lach. Volgende keer probeer ik er twee. Kijken wat het me brengt. Afgezien van warme ogen. Alleen zijn deze van mezelf.