1. jan, 2021

Senso unico

Ik slalom. Door het oerwoud van mijn emoties, langs mijn herinneringen. Als een raket vlieg ik van bergen naar dalen en weer terug. Niet te houden, niet te temmen zijn alle woorden en tranen. Af en toe raak ik een poortje, knal ik tegen een vlag. Val ik. Het doet zeer. Tussen alles door is er de opluchting, het gevoel van bevrijding. Bevrijd van die machteloosheid. Kan ik bij hem. Maar ook: wil ik bij hem.

Ondertussen haal ik mijn winkel leeg. Samen met mijn kind pak ik alle spullen in. De reden is het beroerde virus dat ons al maanden in zijn klauwen heeft, maar toch: hoeveel hints moet ik krijgen? Schoenmaker houd je bij je leest? Die (of is het dat?) leest waar ik altijd weer op uitkom, als veilige en roerige haven. Dat bruisende notariaat, dat nooit stil staat. Waar zo ongelooflijk hard gewerkt wordt, onder een druk die soms moordend is, ziek maakt. Maar waar ook zo veel kennis is, liefde voor het vak, integriteit en humor. Waar je met het wetboek in de hand zoekt naar oplossingen om de schade zo beperkt mogelijk te houden. Dat gekke notariaat waar ik zo’n haat-liefde verhouding mee heb. Waar het alles of niets is?

Maar heb ik dat niet met alles? Die haat-liefde verhouding? Is het niet altijd een alles of niets? Want wat ik ook doe, ik stort me er met mijn hele hebben en houden in. In een relatie, in mijn werk. Met familie of vrienden. Is het mijn kracht of juist mijn valkuil? Vaak viel ik, nog vaker stond ik op. Maar hoeveel kracht heb ik nog? Hoeveel heb ik al niet gegeven, aan ouders, gezin, werk en lief. Weet ik nog wel wie ik ben? Weet ik nog wel wat ik wil? Wat ik voor ogen had toen ik zo nodig op mezelf moest. Man en huis verliet, op zoek naar dat grote, grote geluk? Waarvan ik dacht dat het binnen handbereik was, letterlijk een paar schuttingen verder. Waarbij het gras nog veel groener zou worden dan het eigenlijk al was?

Geen idee wie of wat ik nu ben. Sneu, zielig? Of juist vol in mijn kracht? Hoe bewust kies ik voor een nieuw kantoor, gedreven door mijn ambitie, mijn gevoel. Hoe bewust stevende ik niet af op de onvermijdelijke relatiebreuk met mijn allerliefste gymmert? Want hoe vaak voelde ik zelf niet die twijfel. Werkte ik het niet zelf in de hand? Koetjes, kalfjes, weten waar de angel zit, maar er angstvallig om heen blijven draaien? Bang voor het alleen zijn, de onvermijdelijke stilte, het rauwe verdriet? Is het niet beter samen dan alleen?

Het antwoord weet ik. Natuurlijk weet ik het. Het is de reden dat ik ooit huis en haard verliet. Ik wilde anders, ik wilde meer. Ik wilde groeien, als mens als vrouw. Als moeder, vriendin. Ik wilde voelen. Nou, dat voelen is gelukt. Ik voel weer als nooit tevoren. Niets is voor niets, hoe vaak zeg ik het niet tegen anderen. Nu maar weer eens tegen mezelf. Want hé, ik bén gegroeid. Door de mooie gymmert, door mijn werk. Ik weet weer een beetje beter wat ik wel wil en wat niet. En natuurlijk doet het loslaten zeer, anders zou het nooit iets betekend hebben. Huil ik als ik mijn collega’s achter me laat. Huil ik als ik zijn pad afloop. Huil ik als ik dit opschrijf.

Vandaag letterlijk de eerste dag van een nieuw jaar. Een bijzonder jaar? Geen idee, het is nog één groot wit onbeschreven blad. In gedachten schrijf ik er kleine woordjes op. Mijn stiekeme mindmap. Een nieuw kantoor, nieuwe collega’s, mijn nieuwe rol als klerk. Hoop ik op een nieuwe onbegrensde liefde, waar het knalt, spat en vooral vanzelf gaat. Hoop ik op een gezond, onbevangen en levenslustig kind, dat zijn grenzen opzoekt. Hoop ik op veel, op alles wat mij gelukkig maakt. Met zon, regen, af en toe storm. Zodat alles wakker wordt geschud. Ga ik genieten van die prachtige maan, samen of alleen. Van al die heerlijke momenten in de tuin of op de fiets. Strijk ik met mijn vinger langs de littekens op mijn lijf, op mijn ziel. Ik weet het zeker. Niets is nooit voor niets.