13. dec, 2020

Tuimelen

Het grote tuimelen is begonnen. Het gaat af en aan. Ik flikker om en kom weer rechtop. Ik voel me goed, ik voel me slecht. Ik fluit, ik zing. Maak weer slechte grappen. Maar dan, ineens is ie er weer. Die hele foute draaikolk in mijn buik. Die me meezuigt naar daar waar ik niet heen wil. Die voor paniek zorgt, voor het gevoel dat ik maar al te goed ken. Het gevoel van afwijzing, het niet goed genoeg zijn.

Het valt me zwaar. Geen contact meer. Hoe dan? Ik hou toch van hem? Is het niet als zijn partner, dan toch zeker als een goede bekende. Ik kan toch niet van de een op de andere dag mijn gevoel uitschakelen? Weet ik ook veel wat het betekent om een relatie te beëindigen. Snap er gewoon geen ene moer van. Zo is het veel en zo is het niets? Ik wil het ook eigenlijk niet snappen. Ik wil gewoon weten hoe het met hem gaat.

Met een vriendin kom ik het weekend door. We lopen in de stad, in het park en op het strand. Slapen, bij gebrek aan beter, in hetzelfde bed. Regelmatig is er die brok in mijn keel, zijn er tranen. Is er het gemis en voel ik die sluimerende pijn in mijn lijf. Die alles overwoekert, waarbij ratio en gevoel lijnrecht tegenover elkaar staan. Hoe gek zou het zijn als het me allemaal niks zou doen. Dan heeft het toch niets voorgesteld? Dus tuimel ik door. Totdat ik, al is het maar voor even, weer rechtop sta. Neus in de wind, de rug recht. Met open vizier de toekomst tegemoet.