4. dec, 2020

Loslaten

Chagrijnig word ik. Van berichten op Facebook. Die me raken, die bij me binnenkomen. Waarom kijk ik ook, waarom zit ik er überhaupt op. Ging ik er niet voor niets ooit al eerder af?

Dat ik iets heb met loslaten is bekend. Hoe lang deed ik er niet over om over die onmogelijke liefde heen te komen? Hoe lang dacht ik na om bij de vader van mijn kind weg te gaan? Hoe lang was mijn oude kantoor nog steeds “mijn kantoor”. Het antwoord is lang. Heel lang. Misschien wel te lang.

Nu moet ik weer iets loslaten. Op eigen verzoek, wederom. Nog een maandje moet ik knallen achter het huidige bureau. December, van oudsher de drukste maand van het jaar. Het is ook mijn laatste maand hier. Dus naast veel dossiers ook nog afronden. Fysiek, mentaal. Want ook hier laat ik sporen achter. Heb ik me gehecht aan mijn plek, mijn collega’s. Ik kan me nu al druk maken om straks mijn spullen op te ruimen. Het schilderij (gekregen van lieve vriend) onder mijn arm mee te nemen, mijn planten, mijn schaaltje voor de paperclips, mijn pennenbak. Het dag zeggen tegen die collega’s. Weten dat je iets achter laat, wat niet meer terug komt. Getver. Waar ben ik aan begonnen. Tuurlijk heb ik zin in de nieuwe baan, het nieuwe salaris, de nieuwe mensen om mij heen. De kennis die er is, de liefste oud collega ooit. Toch is er een maar. Want weer moet ik mezelf bewijzen, laten zien wie ik ben, wat ik kan. De gebruiken van daar overnemen, de mensen leren lezen.

Ik praat er over met mijn grote kind. Hij haalt zijn schouders op. “Mam, het is je toch altijd gelukt?” Datzelfde kind dat zegt: “Mam, het is best fijn dat dingen het hier in huis weer een beetje gaan doen hè?” Bij zijn vader baadt hij in luxe, is alles spik, span en nieuw. Bij mij is het afwachten of er ook maar iets doorloopt. Toch klaagt hij niet. Nooit. Het is zoals het is. “Boeien mam. Het is ons huis.” Hoe blij ben ik met zo'n kind.