22. nov, 2020

Overweldigend

Een app van jou. Met je rouwkaart als ultiem bewijs dat je dood bent. Hartstikke dood.

Lang weet ik dat het er aan zat te komen. Jouw vonnis was jaren geleden al geveld. Toch schrik ik. Slik ik mijn tranen weg. Want lieve R., ineens is ie er. De dood. De sluipschutter waar jij al jaren mee leeft. Die al een paar keer om de hoek kwam kijken en je op de hielen zat. Totdat ie nu eindelijk beet heeft. Diezelfde sluipschutter die jou een levenslust bezorgt overgoten met grenzeloos optimisme,  zo eentje waar een normaal mens alleen van kan dromen. “Leef je mooiste leven”, het was jouw motto. Ik had er nooit iets mee, zo’n kreet. Alsof je het jezelf op kunt leggen. Alsof het leven je niet af en toe een enorm slechte poets bakt en het net is alsof alle ellende alleen over jou wordt gekiepert. Alsof je, als je op die bodem van de put zit, gewoon via een touwladdertje naar boven kunt klimmen. Wil niet iedereen zijn mooiste leven leven? Duhh. Echt wel. Maar wat als je drie hoog achter met een veel te laag inkomen moet rond zien te komen? Er geen vooruitzicht is op anders of meer? Er geen perspectief lijkt te zijn?

Zo dacht ik. Nu, ouder en wijzer, denk ik anders. Weet ik dat iedereen een keuze heeft. Om iets van het leven te maken, hoe en op wat voor manier dan ook. Dat geluk zit in de kleine dingen. En je met heel weinig de heerlijkste maaltijden kunt maken. Iets met liefde of houden van. Genieten van het moois dat wel op je pad komt. Maar dat moet je wel zien. En jij lieve R., jij zag het. Je nam het leven zoals het was, zoals het kwam. Omarmde het verdriet en ging door met leven. Leefde jouw mooiste leven met de ingrediënten die er waren. Met een beroerde ziekte in je lijf, maar in de geborgenheid van je gezin temidden van veel vrienden.

Ik zie op tegen het afscheid nemen. Hik tegen het moment aan. Tot dat ik aan kom rijden. Het warme welkom zie met vlammen en lichtjes. Via de garage loop ik je huis in. De woonkamer staat afgeladen vol. Vol met bloemen. Van vloer tot plafond. En daar sta ik met een enkele (lullige) witte roos. Ik weet niet waar ik naar moet kijken, hoe ik moet reageren. Wat moet ik zeggen tegen je vrouw, je kinderen. Een omhelzing is genoeg. Zij troosten mij, in plaats van andersom. Ik loop naar je kist, voorzien van glazen deksel. En daar lig je. Als één groot blij ei. In je gifgroene kermispak. Als middelpunt te stralen.

Op je profielfoto staat een roodborstje. Voor mij al jaren het symbool van mijn vader. Daar waar ik ben, zie ik er altijd wel eentje vliegen. Misschien wil ik dat, misschien is het zo. Is er meer tussen hemel en aarde? Hoe graag wil ik het geloven. Toch is het weten dat er van je gehouden wordt door wie of wat dan ook, het mooiste dat er is. Onvoorwaardelijk en voor altijd. Dus vlieg mooie R. Vlieg rondom de jouwen. Het helpt. Kus.