29. okt, 2020

Ontslag

Mijn oog valt op de advertentie. Het kantoor is op fietsafstand en er werkt een lieve oud-collega. Zal ik? Ik zal. Op zaterdag schrijf ik, maandag bellen ze. Vandaag neem ik ontslag.

Oef. Ineens gaat alles in sneltreinvaart. Er is geen twijfel, wel een stevig schuldgevoel. De meiden waar ik mee werk zijn oké, meer dan. Ik hak eigenlijk de knoop al door als ik de oud-collega zie. Veertien jaar heb ik hem niet gezien. Toch is het gevoel er meteen weer. Hij inmiddels grijs met bril. Ik minstens tien kilo en veel rimpels rijker, geverfd haar en kunstknie. Zijn ogen zijn nog net zo vriendelijk als toen. Iets met thuiskomen?

Maar ja. Dan moet je het nog vertellen. Iemand teleurstellen, iets loslaten, hoe moeilijk is dat. Toch gaat het soepeler dan verwacht. Mijn baas lijkt stoïcijns en incasseert mijn ontslag gelaten. Zo dan, misschien had ik liever gehad dat hij boos was geworden of zijn teleurstelling had getoond. Dit voelt ook weer gek. Iets meer emotie ben ik toch wel waard? Toch bel ik opgelucht door naar het nieuwe kantoor dat mijn kogel door de kerk is. Ik ben vrij.

Op 1 januari start het nieuwe  avontuur. Met een oud collega, dat wel. Hij heeft me opgeleid, aan de hand genomen. Ooit fietsten we samen naar kantoor. Nu kom ik hem weer tegen op een ander kantoor. Natuurlijk is mijn sollicitatie bewust. Ik ben er klaar voor, de tijd is rijp. Zal dit dan nu echt mijn allerlaatste kunstje zijn in het notariaat?