22. okt, 2020

Slim

Hard brul ik mee. Kind zit met zijn lief boven, zogenaamd AZ te kijken. Ik luister naar Cocciante, de zoveelste Italiaan met rauwe stem. Het gaat over zijn overspelige vrouw. Hoe herkenbaar. De woorden ken ik uit mijn hoofd.

Op tafel ligt Rudolph, mijn nieuwste projekt. Een grote houten rendierkop, die zomaar ineens opdook op één van mijn strooptochten. Hoe leuk is ie met de Kerst. Stiekem hangt ie al boven mijn grote tafel in de winkel die ik nooit zal hebben. Hij krijgt een bruine kop met een glitterstreepje op zijn achterbord. Chocoladebruine kop. Laat ik iets meer precies zijn. Sinds ik (iets) minder eet, zie ik overal lekkere dingen. Dus kies ik voor chocola als kleur. Alsof ik er aan kan likken. De kleur doet inderdaad denken aan chocoladepasta. Jongens, how low can you go. Caramel had ook een optie geweest.

Mijn gewicht neemt langzaam af. Langzaam, langzaam. Want, zo zegt mijn eigen gymmert, dat is zoveel beter dan een crashdieet. Ik weet het jongen, ik weet het. Misschien nog wel veel beter dan jij. Want als ervaringsdeskundige weet ik dat als geen ander. Groeien, minder eten, lijnen. En weer groeien. De story of my life. Of is het the circle of life? Want dan kan ik er natuurlijk niets aan doen.

Rudolph krijgt dus een goeie kleur. Een kleur die me laten watertanden. Kwijlend hang ik boven mijn keukentafel met de kwast in mijn hand. Op mijn kast brandt een geurkaarsje met een zoete geur. Iets met appeltjes en kaneel. Hoe sneu kun je zijn.  Straks maar weer een worteltje extra. Goed voor de trek, goed voor de vezels. Het worteltje ligt achter het zakje M&M’s. Ik voorzie een probleem.

Oh hoe lekker zingen mijn hese Italianen. Wat fijn om weer Italiaans te horen, te lezen en jawel, tegenwoordig ook te spreken. Al zijn het zinnen van ten hoogste vijf woorden, ik praat weer. Gedwongen door de ogen van mijn (strenge) Italiaanse juf, dat wel. Want mijn guitige opmerkingen klinken in het Nederlands zoveel beter. Ik stort me thuis als een malle op de vele vervoegingen van de werkwoorden. Allemachtig, wat is het ver weg gezakt. Ik pak mijn oude studieboeken er bij. Toch niet voor niets bewaard. Met verbazing lees ik de intelligente opmerkingen in de kantlijn. Zo dan. Dat is lang geleden. Bijna slim. Bijna. Want als ik echt slim was geweest, had ik mijn Italiaans wat beter bijgehouden.