1. okt, 2020

Liefde is

Ik heb het warm. De kast staat, de spullen zijn uitgepakt. Alles staat dwars door elkaar. Bruin, wit, blauw , oranje. Wat heb ik veel. Geen idee hoe ik het neer moet zetten, hoe ik het wil. De dame van de winkel volgt me op afstand. Ze laat me, zodat ik mijn eigen gang kan gaan. Ik doe mijn sjaal af. Wat heb ik het godvergeten warm. Het wil niet, het lukt niet. Ik haal alles weer uit de kast en begin  opnieuw. Nu gaat het beter. Wordt het plaatje een beetje waar ik op hoopte. En mijn ieniemienie winkel een feit.

Gelukkig mag ik mijn huis uit. Ging tot voor kort die hele Corona geluidloos aan mij voorbij, nu ben ik aan de beurt. Aan het begin van de week ben ik snipverkouden. Het snot komt mijn neus en ogen uit. En dus werk ik thuis en maak ik een afspraak voor een test. Diep van binnen weet ik dat het goed zit, ik alleen verkouden ben. Toch is het een dingetje. Het in de rij staan voor de teststraat. Het maanvrouwtje dat de test afneemt. Is dit dan de nieuwe werkelijkheid? Voor me staat een hip  jong stel op een scooter. Allebei moeten ze getest. “Liefde is…. samen een test doen”, het schiet door me heen. Ze raken me. Wat zijn ze fris, wat zijn ze samen mooi. Alles nog voor hen. Godsamme, ik word oud. Zit ik een beetje melancholisch te staren naar een fris setje. Ik heb ook nog van alles voor me. In ieder geval een test. Het stokje in mijn keel blijft voor mijn gevoel te lang zitten. Wat een rot gevoel. Ik zet me schrap voor die in mijn neus. Blijkbaar zijn mijn holtes groter dan gemiddeld (tja.. wat is niet groot bij mij), want het stokje glijdt moeiteloos door. Gelukkig, dit heb ik gehad.

De hele week thuis werken is een crime. Op mijn te kleine laptop werk ik de dossiers uit die zijn gebracht. Het is behelpen, maar het lukt. Wel is het heel gezellig om thuis te zijn als mijn kind ’s middags binnenstapt. En heel makkelijk om een was te draaien, de planten water te geven of goede koffie te drinken. Geef mij een goede werkplek en ik kom nooit meer op kantoor.

Wel dertig keer log ik in bij “mijn overheid”. De uitslag laat lang op zich wachten. Op zaterdag word ik beloond, ik blijk negatief. Het kan maar duidelijk zijn. Voor mij en de mensen om me heen. En dus mag ik naar buiten. We gaan het bos in. De gymmert en ik. Heuveltje op, heuveltje af. Naast de akelig fitte gymmert steek ik er maar magertjes bij af. Toch is het fijn. Erg fijn zelfs. Ik ruik, voel en loop. De zintuigen worden geprikkeld. Mijn knie houdt zich beter dan verwacht. Weer word ik rijkelijk beloond. Nu met verse vis op een terras. Iets met “Liefde is…”?