14. sep, 2020

Hoekje

Groot. Wit. Leeg. Het is de eerste indruk die ik krijg als ik naar binnen loop. De dame die er de scepter zwaait is echter allervriendelijkst. Of ze me kan helpen? Dat kan ze.

Ik vraag haar naar de mogelijkheden om een plekje bij haar te huren. Een kast kan inrichten met de spullen uit mijn berging. Zoiets als ik al eerder deed, maar nu in een minder streng keurslijf. Ik mag zelfs mijn eigen kast meenemen als ik dat wil. De dame is mogelijk nog enthousiaster dan ik. Tuurlijk mag ik huren. Ze heeft mijn foto’s op Instagram gezien, zo hoor ik van vriendin. Ik struikel al snel over mijn woorden. Per wanneer kan ik, mag ik? Per 1 oktober?

De dame is nog maar net begonnen. Ze zag haar kans schoon en sprong in het diepe en nam de zaak over van een vriendin. Ze is er druk mee. De winkel is groot. Heel groot. En om die vol te krijgen zijn veel spullen nodig. Zoals spullen die in mijn berging staan. De dame werkt inmiddels zestig uur per week. Even ben ik terug in 2006. Toen ik mijn eigen zaak begon en zeven dagen in de week werkte. Hoe leuk was het, hoe zwaar werd het. Nooit meer, zo dacht ik toen. Maar zie nu. Ik borrel, stuiter. Ik wil schilderen, wil maken. Wil van alles. Ook al krijg ik maar een klein plekje, het is er wel één. Mijn vrijbrief voor het verzamelen van nog meer mooie spullen. Mijn lief is zo langzamerhand kringloopmoe, zo zegt hij. Hoe is het mogelijk. En dat verkeert met mij.

Mijn handen jeuken. Ik zou de dame zo willen helpen. Leuke dingen neerzetten, helpen schilderen. In de winkel staan. Verkopen. Eerst maar mijn eigen hoekje inrichten. Ik wijs naar de zwarte muur. Mag ik daar? Ze knikt. In gedachten zie ik de oude stellingkast staan. Vol met de spullen uit mijn berging of keukenkast. Achterin de winkel spot ik een grote tafel. Nu alleen nog goede koffie.