7. aug, 2020

Als de kat van huis is

Ouderdom. Laten we het daarop voorlopig maar houden. De oogarts is kort en bondig. Mijn vlekken voor mijn oog gaan niet meer weg. Of ik over twee weken terug wil komen, omdat ze ook bloedresten heeft gezien en dat geeft aan dat er iets gaande is. Meer vlekken of flitsen en ik mag eerder aan de bel trekken. Want dan moeten we er snel bij zijn.

Pff. Verblind loop ik naar buiten. Ik zie niet veel. Asfalt en zand, dat nog wel. Ik concentreer me op het asfalt en loop naar de auto. De gymmert – hij zit al anderhalf uur te wachten - is jolig en roept “links” en “rechts”. Mijn tomtom in onzekere tijden. Ik stap in en zet gauw mijn zonnebril op. Zo, dit was dit. Weer een stap verder richting algehele aftakeling. Hoe goedaardig ook, ik ben er mooi klaar mee. Een foute knie, grijze haren (en ja, overal, ook in mijn wenkbrauwen), oorgruis dat dwarsligt en nu ook nog oogeiwitten die gezellig samenscholen. En bijna alles zit dus ook nog eens echt tussen mijn oren.

De vlek is irritant. Is er overal en altijd. Met bril lijkt ie minder en dus draag ik – in ieder geval - op kantoor de zo gehate bril. Ik zit toch de hele dag tegen een wit scherm aan te koekeloeren. Het kind complimenteert me. “Mam, staat je goed. Je lijkt een stuk intelligenter.” Van je kind moet je het hebben. Als ik in de spiegel kijk, is het wennen. Mét bril lijk ik anders. Kijk ik anders. Hoe afschuwelijk vind ik het. Wellicht het gevolg van ooit een opmerking van een vage bekende die zei dat ik het wel van mijn ogen moet hebben. Anders was het helemaal niet veel geweest. Dus dartelde ik tot nu toe blij onbebrild door het leven. Terwijl ik stiekem veel brillen erg leuk vind. Ik dolgraag met artistieke bril op mijn neus interessant zou willen zijn. Interessant aantrekkelijk. Net zoals ik ooit dacht dat ik eenmaal achttien jaar, bloedmooi zou zijn. Benen tot aan mijn oksels en lange haren vol slag. Ergens ging het mis.

Vandaag gelukkig al weer de laatste dag van de week op kantoor. Buiten is het blaf heet, maar hier binnen koel en draaglijk. De kat is daarbij ver van huis en dus dansen we met zijn allen op tafel. De ramen en deur van mijn kamer zijn dichtgeplakt met A4-tjes met afbeeldingen of teksten. Van Italiaanse vlag tot meisje met rollator. Kleurig, maar keurig ingekleurd door collega’s. Ik laat ze hangen. Al is het alleen maar om te kijken wat die kat doet als hij snorrend van vakantie binnenstapt.