2. aug, 2020

Flying objects

Mouches volantes. Ik zie ze tegenwoordig letterlijk vliegen. De wolk van kleine zwarte stipjes. Eerst heel klein, toen als sliert en nu een heus grote cirkel.

Schrikken is het wel. Zittend op de bank en ineens het gevoel alsof mijn mascara op mijn rechter contactlens is gelopen. Een dikke zwarte sliert ineens in je gezichtsveld. Gauw mijn lens uit, maar de sliert blijft zitten waar ie zit. Beweegt mee met mijn oogbol. Waar ik naar kijk, de sliert kijkt mee. Met een washandje poets ik in mijn oog. De sliert blijft. Mijn kind zoekt op google. “Niets ergs mam. Iets met eiwitten en veroudering.” Duhh, ook dat nog. Met twee paracetamol duik ik mijn bed in. Ik wil geen extra eiwitten in mijn oog en ik wil zeker niet voelen dat ik oud word.

De volgende ochtend is de sliert er nog steeds. De aanhouder wint. Inmiddels is ie verworden tot een cirkel. Ik kan er doorheen kijken, maar een rustig beeld is anders. De huisarts denkt ook aan iets onschuldigs, maar verwijst me – je weet immers maar nooit – door naar de oogarts. En daar is nu het wachten op. Ondertussen kijk ik dapper door de stippen heen. Ga gewoon naar kantoor. Laat Bram uit in het park, schilder voor de zoveelste keer mijn raam (enige strakheid is ver te zoeken) en fiets een flink rondje op mijn elektrische fiets. De knie gaat inmiddels een stuk beter en ik probeer te genieten door mijn wolk van onbehagen heen. Want wat als dit nooit meer overgaat? Tuurlijk, ik kan er heus mee leven. Maar pijnlijk word ik me bewust dat mijn lijf niet meer is wat het was. En ook nooit meer zal worden. Langzaam aan vallen er steeds meer vitale functies uit, zo lijkt het. “Wacht eerst die oogarts nou maar af,” appt gymmert. I will.

Het weekend is er eentje voor mezelf. Aan de ene kant best fijn. Het huis voor mezelf, alle tijd om te trutten. Met potjes en vaasjes, met haakwerk. Een oude jonge buurman komt op de koffie, mijn kind met zijn vader komen me helpen om de stoel die ik op marktplaats kocht, mijn huis in te sjouwen. De stoel is groter dan groot en ruikt niet helemaal zoals ik dat in gedachten had. Maar, hij zit goddelijk en daar is het voorlopig om te doen. Iedere avond knokken met mijn kind wie er op de bank mag liggen, is nu verleden tijd. Als het kind met zijn vader mijn pad af loopt om naar mijn oude huis te gaan, prikken de tranen. Gesodemieter, waarom heb ik dit. Ik wilde dit toch zelf. Ja. Ja. Ja. Ik wilde dit zelf. Maar die twee mannen samen weg zien gaan, blijft een dingetje. Tel daar dan bij op dat ik de rest van het weekend alleen ben met Bram en de jubelstemming is compleet.

Vermannen, ik kan het als de beste. Relativeren, ook dat kan ik als geen ander. Dus ik verman me. Relativeer. Geniet van de stilte, geniet van Bram. Lees mijn boek in één ruk uit. Niemand die me stoort. Het is heerlijk. Driedubbel kan ik er van genieten en doe dat ook. Tegelijk voel ik het gemis. Van mijn kind, van mijn lief. En blijft het alleen wakker worden in een stil leeg huis niet mijn favoriet.