26. jul, 2020

Week twee en drie

De rest van de vakantie kabbelt. Ik ben gelaten omdat ik niet weet wat ik ga doen. Ontspannen omdat ik alleen doe waar ik zin in heb. Maar af en toe ook wat somber. Omdat ik mijn geluk blijkbaar toch weer te veel af laat hangen van een ander.

Het kind is de tweede week zieker dan ziek. Zijn vakantie met zijn lieve vriendin valt compleet in het water. Met dikke koorts en nog dikkere keelontsteking zweet hij zich door de week heen. We blijven bij hem in de buurt. Zwerven in en om het huis. Weten dat je kind met bijna veertig graden ziek ligt te zijn, belemmert mij in ieder geval van onbegrensd genieten buiten de deur. Dus fietsen we af en toe een blok om, bezoeken we een kringloop en beginnen we eindelijk aan het opknappen van de kozijnen buiten. De gymmert neemt het voortouw. Ik als angsthaas er schoorvoetend achter aan. Want de kozijnen zijn in een niet al te beste conditie. Verf bladdert en het hout is op sommige plekken zachter dan hoort. Als een vaardig klusser vult hij gaten, plamuurt scheuren dicht en brengt stopverf aan. Ik schuur en schilder en krijg langzaam maar zeker wat meer vertrouwen dat het goed komt. Elke dag sta ik op de ladder. Met bibberlip vanwege een onstabiel hoofd en nieuwe knie. De klus vordert gestaag en gepaste trots is op zijn plaats. Helemaal niet slecht voor een klerk en gymleraar.

Het cultureel hart halen we op door veel te lezen en een bezoek aan twee musea. Het museum van de twintigste eeuw in Hoorn is leuk en echt het feest der herkenning dat wordt beloofd. We lopen zo mijn eigen huis in, zo lijkt het. Het knaloranje fornuis dat er staat zou ik stiekem mee willen nemen. Het museum Voorlinden in Wassenaar is van een heel ander kaliber, maar inspireert, prikkelt en laat nadenken. In een mooie omgeving, ultramodern gebouw met echt waanzinnige kunstwerken lopen we blij te zijn. Daarbij is het museum niet al te groot en dus beloopbaar voor deze dame met lichte handicap.

De laatste dagen breng ik door bij de gymmert en laat me verwennen tot ik er bij neer val. Ik geniet van het eten, de prosecco en de lange lome dagen. Niets moeten, alles kunnen, ik zou het zo maar langer kunnen. En vanmiddag ben ik bij mijn kind. Zijn we samen. Eten we rauwe ham met meloen en kip uit de oven. Zijn onze handen vet en kleverig, maar onze ogen blauwer dan blauw.