10. jul, 2020

Week één

En zo zit de eerste week van de vakantie er al bijna weer op. Een week vol regen. Wat is het heerlijk. Binnen rotzooien in mijn huis. Schuiven met de spullen die ik heb of eindelijk eens mijn slaapkamerkast opruimen. De stapel kleding met label “klein, kleiner, kleinst” moet nu maar eens voor altijd en eeuwig plaatsmaken voor wat groters. Alsof ik ooit nog in maatje 38 pas.

Mijn voornemen tot spontaan kilo’s verliezen pruttelt op een zeer laag pitje. Voor visite bak ik een Italiaanse appelcake, voor mijn zieke kind een smeuïge boterkoek. Hoe lekker is het aflikken van de gardes of de beslagkom. Och en wee, het kind is ziek. Met dikke vissenogen ligt hij ziek te zijn. Zijn eerste vakantie met vriendin en familie valt in het water, maar wie weet en kan hij later in de week nog aanhaken. Stiekem vind ik het eigenlijk niet zo erg. Voor mij het ultieme moment hem eens schandelijk te verwennen. Sapjes te persen, zijn broodje in kleine stukjes te snijden. Een aai over zijn bol, een kus in zijn dikke haar. Mijn rol als moeder is voor een bijna twintigjarige natuurlijk niet meer wat ie was. Dus koester ik dat zieke lijf en vervul mijn rol met verve.

Met overgewaaide vriendin duik ik eerder de week de kringloop in. Eigenlijk had ze beter in mijn berging kunnen beginnen, want daar vindt ze meer van haar gading. Hoe leuk is het om elkaar blij te maken. En weer bedrijf ik serieuze ruilhandel. Zij een theelicht, ik een toffe rugzak. Een paar weken geleden ruilde ik met een andere vriendin een schaal voor een dikke cake en met mijn broer een knaloranje centrifuge voor een fles olijfolie. Heerlijke olie, dat wel, maar eigenlijk viel het tegen. Hij had me namelijk limoncello toegezegd en laten we wel zijn, dat drinkt toch iets soepeler weg.

Op internet kijk ik naar cursussen en workshops. Een workshop “hoe schrijf ik een boek” prikkelt, zo ook die cursus Italiaans voor “zeer ver gevorderden”. Natuurlijk, mijn Italiaans is behoorlijk, maar veel woorden zitten te ver verstopt in mijn hoofd. Het wordt tijd de boel weer eens op te schudden en ze tevoorschijn te toveren. Een cursus lijkt dus zo gek nog niet, maar dan wel bij een native-speaker. Zo eentje die met het hele lijf praat, waarbij de woorden over elkaar heen rollen. Alleen dan wil ik. Voel ik wat ik wil voelen. En kleurt mijn wereld een beetje mooier.