5. jul, 2020

Opruimen

Ik trotseer de grijze wind en frisse regen. Met Bram loop ik rustig mijn rondje. Rustig omdat mijn knie dat opeist, maar in mijn hoofd buitelt alles over elkaar heen. Wilde plannen spoken en terroriseren mijn brein. Ik ben in een schoonmaakfase.

Oh jee. Het is even schrikken. Mijn eerste vakantiedag en ik ga helemaal los. Ik verpot planten, koop zelfs twee nieuwe exemplaren. Ik verschuif spullen van tafel en kast naar berging of doos. Waar ben ik aan gehecht en wat vind ik het aller- allermooiste. Monter worstel ik me door van alles heen. In gedachten richt ik mijn kasten opnieuw in, groepeer ik vaasjes zodanig dat ik er zelf weer hebberig van word. Nee, nee, nee. Deze zijn voor anderen. Ik wilde toch mensen blij maken?

Mijn wekelijkse rondje kringloop laat ik er echter niet voor schieten. Want stel je voor, stel je voor dat ik iets misloop. Ondanks de opruimwoede kan ik de twee granieten boekensteunen niet laten staan. Alsof mijn vader me in mijn zij port. Kan ik er niets mee, kan mijn broertje dat misschien wel. Niet veel later belandt ook dat mooie oude vaasje in mijn mand. Zo eentje die het altijd leuk doet in één van die formaties in mijn hoofd.

Het wordt een lange vakantie. Zo hoop ik. En ja vakantie. De stem in mijn hoofd heeft het lang volgehouden. “Je bent net 10 weken thuis geweest. Kun je toch niet maken?” Toch zwicht ik voor de stemmen om me heen en wen ik langzaam aan de gedachte dat ik weer vrij mag zijn. Die hele revalidatie was een beste nachtmerrie en voelt nog steeds als een boze droom. Een lange adem ontbreekt en geduld hebben alleen andere mensen. Veel keus heb ik echter niet. Iets met een voldongen feit en er met je neus boven hangen. Dus worstel ik me door alle beroerde momenten heen en laad ik me op aan de mijlpalen langs die weg. Die vakantie komt misschien wel op het juiste moment. Even geen dossiers, even geen fysio. Hoe lief ook, het komt mijn neus uit. Wakker worden en niets moeten. Museumpje pakken, eens een andere kringloop. Etentjes organiseren in mijn wilde tuin, lang-langer-langst staren in de ogen van de gymmert, veel en lang praten met dat mooie kind. Oh ja. En opruimen. Vooral dan die ballast in mijn hoofd. Al die stemmen die me toe spreken, dag in dag uit. Behalve dan die leuke stemmen, die prikkelen en me zoveel energie geven dat ik stuiter. Stuiter van verlangen, stuiter van nieuwsgierigheid. Want wat is er allemaal, wat kan ik, wat wil ik. Waar heb ik zin in?

Eerst maar eens koffie. Ruim ik straks wel verder op.