20. jun, 2020

Winkel in wording

Zo, dus jij gaat voor keramiek? Zo vraagt de verkoopster van de tweedehands winkel waar ik met mand vol voor de toonbank sta. Tja. Ik kan het moeilijk ontkennen. Drie bordjes, vier overschoteltjes, een kandelaar en een vaas. Grijnzend laat ik de fleurige rok zien die ik ook nog ergens vond. Opdat er meer in het leven is dan keramiek.

Thuis is de rok nog fleuriger dan ie al leek. Te fleurig? Ik kan het hebben, zo oordeel ik stoer. Iets van zwart er op om het een en ander te compenseren. De rok is lang en dat is weer prettig. De drie musketiers op mijn bruine knie trekken vooral de aandacht als ik stijf en stram in korte rok of broek voorbij loop. Met de knie bedekt wordt het een soort van raden. “Wat zal zij hebben?” Mysterieus, dát wil ik zijn. Gesloten, in plaats van dat open boek. Hoe anders zou mijn leven zijn.

De recruiter zet ik op een zijspoor. Even geen zin in de onrust die ze creëert. Mijn plek op kantoor is rustig en ruim. Daarbij werk ik nu zo’n beetje halve dagen en krijg ik alle gelegenheid te re-integreren. Hoognodig, want te veel hooi op mijn vork wreekt zich onmiddellijk. Een dikke knie en geen stap meer knap kunnen verzetten, dat is mijn tijdelijk lot. Nou ja, tijdelijk. Al jaren voor de operatie sleepte ik me door de dagen. Het kan dus alleen nog maar beter worden. En met been omhoog en een tafel vol kleurrijk keramiek voor me, maak ik me vooralsnog geen zorgen. Geniet ik van de plannen in mijn hoofd en schilder ik in gedachten het kastje af dat ik voor mijn huis wil zetten. Als ieniemienie winkeltje. Met spullen uit de berging of van de tafel voor me. Met wat enveloppen erbij. Kunnen ze het geld in mijn brievenbus gooien of via een tikkie iets later betalen. Wie weet en wordt dit mijn eerste stap naar dat miljoen.

Dat kastje dat maar niet wilde lukken deze week. Donker mat groen, ik meng de kleur zelf. En ik met al mijn schilderervaring verpruts ‘m groots. Om de krijtverf te beschermen lak ik het kastje af met matte lak. En daar gaat het mis. Erg mis. Het kastje wordt lelijker dan lelijk. De lak plakt. En blijft plakken. Hoe dan? Chagrijnig laat ik het kastje voor wat het is. Om dan ’s nachts te bedenken dat ik de lak niet geroerd heb. Helemaal niet zelfs. Hup, kwast er in en gaan. Er zit niets anders op dan het kastje weer te schuren en van voor af aan te beginnen. Mijn winkeltje moet nog heel even wachten.