14. jun, 2020

Mijlpaal

Mijlpalen zijn er om bereikt te worden. En weer heb ik er eentje te pakken. Alhoewel de knie signalen afgeeft als “joh, bekijk het lekker even vandaag, ik ben dik en glanzend”, masseert mijn mannelijke fysio me naar de 110 graden buiging. Even denk ik dat hij een geintje maakt. Maar de gradenboog er naast liegt niet. De terugweg op de fiets wordt er eentje met vleugels. Vederlicht trap ik door de straten. Overweeg – slechts om het te vieren – bij de bakker een kleine tussenstop te maken en een gebakje mee te nemen voor het kind en mezelf. Na enige maar lange aarzeling verwerp ik de gedachte. Vederlicht ben ik nu even mentaal, maar het spiegelbeeld liegt ook al niet. Noch de foto waarop ik heel charmant naast mijn fitte jarige gymmert zit. Hij snijdt de taart aan en ik eet ‘m op. Mond wijd open, vork vol. 

De volgende dag op kantoor vier ik het wel. Met de meiden, die me al die tijd gesteund hebben. Ik ben er nog niet, maar al wel een heel eind op weg. Ik werk weer voor de helft, laat zelfs Bram af en toe alleen uit. Het hele kleine rondje brievenbus of bushalte wordt langzamerhand weer een iets groter rondje villawijk. Al ben ik blij dat Bram zijn snufferd veel en vaak de berm in steekt. Gras kauwt alsof hij studeert voor koe, maar waardoor ik wel even stil kan staan. Wat zou het lekker zijn als ik straks gewoon weer de fiets kan pakken voor een iets serieuzere training. In wielerbroek en zweet op mijn schouders. Waarna ik me altijd een stuk gezonder voel dan daarvoor en met net iets meer zelfvertrouwen dat korte rokje aantrek. Hoe ver leek dit alles weg, hoe dichtbij komt het nu.

Vanuit het niets komt er ineens weer een recruiter op mijn pad. Of ik interesse heb in een andere job. Tja. En nu? Ik ga het gesprek aan, voel de twijfel. Ik wil niet met de auto naar mijn werk, niet nog verder weg. Het meer verdienen lonkt. Het veranderen van werkplek ook. Tegelijk is daar mijn verbondenheid met die meiden. Een dag later ontvang ik een bericht dat er nog meer kantoren een klerk zoeken. Keuze zat dus. Ik weet wat ik kan, maar nog niet wat ik wil. Alhoewel… minderen op kantoor en meer tijd steken in het promoten van al die spullen in mijn berging? De spullen vermenigvuldigen zich. Zo stonden er deze week ineens drie dozen vol gewezen inboedel en twee kastjes in mijn tuin. Gebracht door een vriendin die weet dat ik daar wel iets mee wil. Want oh jongens, het dagdromen blijft. Dat leuke gekke winkeltje met die hele grote tafel en goede koffie.