5. jun, 2020

Mazzel

Wat een taart. Zo denk ik als ze me luid bellend bijna omver loopt. “Iets met Corona?”, wil ik haar nijdig toesissen, als ik haar hoor zeggen dat ze net een vrouw zag lopen met een paar ongeloooooflijk bruine benen. Ik slik mijn woorden in. Ze heeft het over mijn benen. Ik kijk om en staar in haar ongelovige ogen. Geloof me, deze benen wil je echt niet hebben hoor.

Tja. Bruine benen. Ik heb ze. Dankzij weken zon en een stoel in de achtertuin. Iets bruiner dan gemiddeld zijn ze. Ik ben er blij mee. Het maskeert de minder fraaie gedeelten. Maar hoe bezopen is het. Mijn kleurtje wordt dan oké gevonden, zelfs mooi. Mocht je donkerder geboren zijn, kan het zo maar foute boel zijn. Black lives matter. Hoe idioot is het dat we nog altijd de straat op moeten om te demonstreren tegen discriminatie. Omdat nog zo veel mensen zich superieur voelen. Meer dan die ander. Hoe dan? Alsof een lichte(re) huid je een beter mens maakt. Ik kan er werkelijk met mijn verstand niet bij.

De bruine benen hebben echter wel alle zorg nodig. Tenminste één van de twee. Drie keer in de week zit ik nu bij de fysio. Word ik gemasseerd alsof ze naar een schat aan het graven zijn. Langzaam ontpopt de frêle masseuse zich tot een dikke heks. Ik mep haar nog een keer met haar eigen bezem tegen de grond. Want allemensen, geen idee waar ze op drukt en duwt, maar wat doet het godvergeten zeer. Alles om de knie soepel te maken. Het litteken los te scheuren en het vocht weg te krijgen. Zodat mijn knie straks verder kan buigen dan nu. Want het fietsen gaat nog altijd niet zoals het moet. Ik hop met billen en trap met hak. Charmant is anders. Maar zie nu, het schatgraven lijkt aan te slaan. “Ik voel vering”, zo zegt de fysio monter. Yeah. Eureka. Er zit rek in. Het werd ook wel eens tijd. Kom maar op met die rek. Ik ben er zo klaar mee. Het is omdat de knie vast zit in cement, anders schroefde ik ‘m er persoonlijk uit. Dan maar geen knie. Dit is ook wat.

En dan ineens is het 4 juni en wordt mijn gymmert 50. “Ik hoop dat ze het klein houden”, zo sprak hij nog niet zo lang geleden hoopvol. Hij heeft het geweten. Van dak tot heg, van raam tot deur. Alles zit onder de slingers, ballonnen en teksten. Met een pop prominent aanwezig, lui achterover leunend in een stoel. Sportief gekleed in zijn eigen trainingsbroek, shirt en gympen. Vakkundig gejat uit zijn eigen kast. Van je familie moet je het hebben. Maar hoe mooi is zijn vette grijns en glimmende bruine ogen, vastgelegd door zijn eigen kind. Oprecht blij kijkt hij de camera in. Vrienden kun je kiezen, je familie krijg je. Die van hem voelt als een cadeau.