22. mei, 2020

Actie is reactie

En zo hop ik van hoog naar laag. En weer terug. Mijn gemoed heeft het er maar druk mee. Blij, boos, verdrietig, teleurgesteld. De ene week high five, de andere week krijg ik mijn hand niet eens de lucht in.

De revalidatie gaat met horten en stoten. Na tien weken intensief oefenen tik ik eindelijk de negentig graden aan. Het gaat nu de goede kant op. Toch? Zo vraag ik vertwijfeld aan de fysio. Dat gaat het, maar toch kijkt ze zuinig. Is blij met de negentig, máár…. Om goed te kunnen fietsen moet ik minimaal naar de 110. Dát zit er nog niet in. Dus wil ze overleg met de chirurg. Zitten er verklevingen of wordt het toch doorbuigen? Voor allebei ben ik bang. Ik heb mijn portie gehad, wil niet meer naar het ziekenhuis. De teleurstelling is groter dan groot. Mijn tranen en teleurstelling verbijtend (waarom oh waarom lukt het me niet zelf..) pak ik niet veel later mijn fiets uit de berging. Boos ben ik. Laaiend. Het zal me lukken. Fietsen, op een normale fiets. Ik stap op en rijd weg. Oké. Niet soepel, ik glij meerdere malen van de trapper. Maar ik fiets wel.

Het overleg met de chirurg laat nog even op zich wachten. De fysio krijgt hem niet te pakken. Ze haalt er een andere fysio bij. Een aardig joch, hij is een stuk liever voor me. Samen denken ze dat als er nog meer aan die knie getrokken wordt (dat doen ze dus ook echt!), er meer beweging in zou kunnen komen. Van twee keer ga ik voorlopig naar drie keer therapie. Wat een feest. Net nu de bedrijfsarts via de telefoon heeft geconstateerd dat ik misschien wel weer kan werken. “Twee à drie uurtjes per dag, vanuit huis, zou je dat kunnen?” Waarom zeg ik ook dat het een stuk beter met me gaat sinds de laatste keer dat hij belde? Waarom kan ik niet liegen? Want ik kan gerust een uurtje achter elkaar iets doen, maar langer? Getverdegetver. Als mijn hoofd ergens niet naar staat, is het werken.

Uiteraard ga ik werken. Als braafste meisje van de klas zit ik de ene ochtend op kantoor, de andere thuis. Beetje afwisseling lijkt me nodig. Ik krijg een buitengewoon hartelijk welkom, de gekoelde rosé staat zelfs klaar. Het overvalt me. Hoe fijn zijn mijn lieve collega’s, onbetaalbaar. De dossiers brengen me een paar uur ergens anders. Het zou zo maar kunnen dat het werken niet eens zo verkeerd is. Werken is heilzaam. Van wie is die ook al weer? Wie weet en brengt het me meer dan verwacht. Zoals ook de boosheid bij de fysio. Prik me, kietel me en ik reageer. Als een duvel uit een doosje, als een steen uit een katapult schiet ik weg. Op weg naar herstel. Op weg naar gewoon.