8. mei, 2020

Vrijheid

Ik mocht er vorige week even aan ruiken. Mijn gymmert die me – hoe lief – op sleeptouw neemt. Ik mag het zeggen waar ik naar toe wil. Kringloop, kringloop, kringloop. Het kan maar duidelijk zijn. En kringloop it is. Hij brengt me waar ik heen wil. Op krukken stiefel ik tussen alle schappen. Ik kijk, bewonder, aanschouw. Verwonder me over de mensen die bijna tegen me aan lopen. Hoe heerlijk is het om weer even buiten mijn huis te zijn. Mijn enige uitjes zijn tot nu toe bezoeken aan fysio, huisarts en ziekenhuis. Het laatste spontane uitje aan kantoor ligt echter nog vers in mijn geheugen. Dát dus nooit meer.

Ik koop niet veel. Maar wat is het fijn. Mijn neus buiten mijn vier muren. Mijn vizier weer eens op iets anders dan die knie. Ik ben dan al wel acht weken thuis, maar acht lange weken draait het maar om één ding. Net als ik denk dat ik de negentig graden buiging never nooit ga halen, voel ik ruimte in mijn knie. Alsof ie ademt en verzucht dat de tijd rijp is. Aarzelend buig ik mijn been. Ik voel tegendruk, maar kan mijn knie verder buigen dan ooit. Mijn kind maakt de foto als bewijs. Als dit geen negentig graden is, weet ik het ook niet meer. De fysiotherapeute bevestigt de volgende dag mijn vermoeden. De vlag kan uit. Mijn knie is zelfs al iets verder dan de negentig. Opgelucht stap ik bij mijn kind in de auto. Hij is net zo blij als ik. Een high five volgt. “Lekker mam, goed gedaan.”

Zo is het. Ik heb het toch maar geflikt. Ik mag nu buiten lopen zonder krukken. “Kijk maar hoe ver je komt. Neem een kruk mee voor de zekerheid.” En dat doe ik. Als ik zonder krukken mag lopen, mag ik ook autorijden. Zette de gymmert vorige week de toon, ik zet ‘m vandaag voort. Na mijn dagelijkse oefeningen op de pallets in de tuin, douche ik, hijs ik me in mijn meest feestelijke zomerjurk, pak mijn kruk en autosleutels. Een rondje in de auto, helemaal alleen. Ik zet koers richting kringloop. Koop een paar mooie dingen en rijd terug. Mijn knie is stijf. Stijver dan stijf. Dik. Opgezwollen. Maar het interesseert me helemaal niks. Thuis settel ik me op mijn pallets in de tuin. Koffie en icepack binnen handbereik. Straks ga ik weer oefenen. Nu geniet ik na. Van de stappen die ik maak. Van de vrijheid, die er ineens weer een beetje is.