8. mei, 2020

Koude douche

Ik kleed me leuk aan. Spijkerjurkje, mintgroen vestje. Maak me wat op en fatsoeneer mijn te lange lokken. De fluorsjaal die ik maakte voor mijn collega is af en ik wil deze langs brengen op kantoor. Zie ik meteen die meiden weer, mijn werkplek. Kijken wat ik voel. Ik heb er zin in, even dit huis uit, even bijna back to normal. Na zeven lange weken heb ik thuis wel gezien.

De ontvangst van de meiden is hartverwarmend. Het doet me goed ze te zien, te spreken en weer even te lachen. Eén iemand denkt er duidelijk heel anders over. Hij groet me niet, sneert nog net “Jij hier ondanks Corona?” en loopt door. Schop me tegen mijn schenen, sla me in mijn gezicht. Dit voelt precies hetzelfde. De ijskoude douche zorgt voor kippenvel, maar bevestigt voor de zoveelste keer wat ik al zolang denk. De meiden zijn verbouwereerd. “Wat was dat nou?”

Een hartelijk welkom is het niet. Ik app het hem als ik in de auto zit op weg naar huis. De mail die ik later ontvang, liegt er niet om. Ik heb me niet aan de afspraak gehouden. Hij was verrast, verbaasd. We hadden toch afgesproken dat ik thuis zou blijven? Huh? Er is geen afspraak. Zijn “joh, blijf lekker thuis, ook in verband met Corona”, klinkt nog kristalhelder in mijn oren. Ik ben toch niet gek?

Het fijne gevoel is over. Ik praat er over met de lieve mensen om me heen. Laat me troosten als ik zit te snotteren op de bank. Ik wil helemaal niet snotteren. Ik wil genieten van de goede momenten die er nu zijn. Omdat ik weer een beetje normaal op een stoel kan zitten, die trappers rond lijk te krijgen. Ik weer naast mijn lief kan slapen. Mijn kind kan helpen met de was ophangen, met stofzuigen.

En dus? Dus oefen ik extra hard. Hoop ik op een spoedig herstel. Zodat ik weer kan doen en laten wat ik wil. Ik van helemaal niemand meer afhankelijk ben.