9. feb, 2020

Storm

Een zeeman zal ik nooit worden. Ik heb het nu eenmaal niet zo op water. Of op wind. Vandaag kan ik mijn  hart dan ook ophalen. Het stormt. Het giet.

Ik zit droog op de bank. Heb vooralsnog geen lekkage geconstateerd. Mijn kind zit in het veilige solide huis van zijn vader. Bram aan mijn voeten en de gymmert binnen handbereik. Toch loop ik de hele dag al tegen het oog van die storm aan te hikken. Het hoogtepunt zal zo rond 6 liggen, ik heb dus  nog een dik uur te gaan. Bij de laatste flinke storm vlogen er dakpannen om mijn oren. Pannen van mijn eigen dak, maar ook van de buren. Zag ik een boom om gaan aan de overkant. Ik vind dit weer gewoon helemaal niks. Gelukkig ben ik niet alleen, kan ik tegen een warm lijf aankruipen en mijn oren vooral dicht houden. Want het raast. Het giert. En ik wil het allemaal niet horen.

Ik focus me op het blaadje dat ik lees. De folder van het ziekenhuis. Want d-day is coming. Mijn operatie is ingepland. Komende week de bespreking, fysiotherapeut regelen en dan is het aftellen. Baas en collega’s zijn ingelicht. Twee weken lig ik er in ieder geval uit. En stiekem, hoe slecht ben ik, hoop ik op een paar extra dagen thuis. Wel extra dagen zonder al te veel pijn. Of stress. Dat dan weer wel. Maar ik ken mezelf. De mensen rondom mij ook. Hun angst is ook niet ongegrond. De kans dat ik te snel begin is groter dan groot. Hoe stoer lijkt het om eerder te beginnen dan verwacht. Kijk mij eens, hoe goed ik ben. Mijn arbeidsethos kent nu eenmaal geen grenzen. “Je krijgt een nieuwe knie”, zo hoor ik naast me. Geen kattenpis. Ik weet het. Ook nu heb ik angst. Angst voor die zaag, die mijn botten afzaagt. Angst voor die boor, die gaten maakt. Hoe kom ik er uit? Ik kan nooit meer terug naar hoe het was. Het is onomkeerbaar. En hoe graag ik ook weer gewoon zonder pijn wil kunnen lopen, ik zie er tegen op als een berg. Beklimmen zal ik ‘m, die berg. Ik zal moeten. Als ik verder wil, moet ik wat. Als ik de gymmert of Bram bij wil houden, ook. Weinig tot geen keus, dat heb ik. Dus wordt het d-day en zal ik braaf zijn, me houden aan de doktersvoorschriften en niet te snel beginnen. Beloofd. Denk ik.

Tijd voor een borrel. Een grote. Een handje (of twee) gebrande noten. Kaarsen in de fik en dat warme lijf naast me. Storm? Waar? Operatie? Pff, pas op 9 maart. Iets met carpe diem. En kop in het zand.