2. feb, 2020

She believed she could

Enerverend. Indrukwekkend. Lekker. Het zijn woorden die bij mijn week passen. Een week waarin ik wakker probeer te blijven bij een cursus, uren in de auto zit en dagenlang droom van de dingen die ik wil maken. De verhalen die ik nog wil schrijven.

Ik maak het ontwerp voor mijn visitekaartje. Simpeler kan het haast niet. Toch aarzel ik lang over de tekst. Zal ik er wel opzetten dat ik blog of niet. Wil ik wel meer lezers? Wekelijks zijn er nu zo’n 800, aldus mijn teller. Geen idee wie het zijn, misschien is het er maar eentje. En kijkt die wel heel veel of er al iets nieuws op staat. Ik zet het er op. Want ik blog wel degelijk.

Het kaartje leg ik stoer bij mijn kraampje. Ik moet mezelf promoten. In the picture zetten. Men zal weten dat ik besta. She believed she could. So she did. Ik borrel, dus klets ik de oren van het hoofd van mijn gymmert. Ook hij weet weer dat ik besta en ik houd hem zo uren wakker. Ik heb een stoeltje te koop en wil daar leuke foto’s van hebben. Op zondag duiken we samen het park in. Bram in ons kielzog. Het stoeltje staat in het water, hangt aan boom. Bram snapt er niks van. In het park moet je rennen, vliegen. Boven op die meiden springen. Toch geen foto’s maken van een stoel? De gymmert raakt in zijn element. Aangestoken door mijn vuur ligt hij op zijn buik, zit hij op zijn kont. Camera in de aanslag. We zijn er om dat stoeltje, maar hoe graag kijk ik naar hem. Wat een feest. De foto’s lukken ook nog. Of het stoeltje daardoor verkoopt, dát gaan we beleven. Maar de zondag is er eentje geworden met een hele dikke gouden rand.

Ook om de donderdag kan een strik. Zoals beloofd breng ik de sjaal bij de vriendin. Hoe gek is het om elkaar weer te zien. Tien jaar ouder en wijzer. Ze staat met open armen bij de deur. De snik ligt op de loer. Waar komt die nou eens vandaan?  We praten, praten en praten. Drinken koffie en eten (veel) cake. Tussendoor kringlopen we. Het mandje raakt vol. Leren riemen, een pruttel, een mooi bord. Edelstenen en een gaaf oud tafelkleed. Dat is fijn, maar het haalt het niet bij het gevoel dat ik heb als ik de auto instap om naar huis te gaan. Want hoe vertrouwd voelt het vandaag. Alsof er geen jaren zijn verstreken. We net als toen op onze fietsjes door de straten scheuren en urenlang buiten spelen. We alles, echt alles nog voor ons hebben. Hoe bijzonder voelt het. Hoe bijzonder is het. Alsof je iets kwijt was, maar het nu weer hebt gevonden.