19. jan, 2020

Wat ik wil

Ik ben onrustig. Mijn geest is op reis. Gaat over bergen naar de zee en weer terug. Mijn hoofd zit vol, mijn lijf is moe. Ik moet vrij.

Dus neem ik vrij. Het vrij vragen gaat een beetje met horten en stoten. De baas kijkt beteuterd. Hij zit er flink door heen. Maar ik ook. Ik heb geen zin meer in kantoor en al helemaal niet in hem. Hij snapt er niets van. Toch plan ik de volgende dag in als een vrije. Hij kan me wat.

Als ik wakker word, weet ik het al. Ik hoef niet weg. Niet de hele dag binnen zitten. Ik kan naar buiten. Al fietsend toer ik kilometers door de polder. Het regent zachtjes en mijn broek wordt nat. Misschien is het een idee dat ik eens een regenbroek aanschaf. Wat fiets ik heerlijk. De wind om mijn hoofd maakt dat mijn gedachten de hort op kunnen. Weg van dat benauwde kantoor. Weg van die suffe dossiers, even weg van alles. De eerste pitstop is een goede. Met de fietstas al halfvol rijd ik naar de volgende halte. Van kringloop naar kringloop. Het is voor mij het ultieme shoppen. Vandaag ga ik voor wol. De gekke aap die ik haak, mist vooralsnog een poot. De wol was wat eerder op dan verwacht. Dat krijg je als je wol scoort bij de kringloop. En er slechts één leuk bolletje is. Het wordt nog een hele uitdaging om dat ding af te maken. Misschien blijft hij mank en noem ik hem Nelis.

De tweede zaak die ik aandoe, is een speciale. Je kunt daar als ondernemer in de dop (of als particulier met te veel troep) een ruimte huren, waarin je je kostbaarheden kunt uitstallen voor de verkoop. Ideaal als je niet voor het verkopen bent geboren, zoals ik. Hoef ik niet nog eens met een gezicht als een oorwurm achter mijn eigen kraam te staan. Aan te horen dat ik echt hele leuke spullen heb, zonder dat er wordt gekocht. Ik drentel en drentel. Aarzel om te vragen naar informatie. Want als ik dat doe, ben ik verkocht. Dat voel ik, dat weet ik. De dame die ik spreek is een leukerd. Eerlijk, lief. Ze is oké. De aarzeling is weg, ik huur bij haar een unit. De komende maand staan mijn spullen in haar winkel. Een winkel met allemaal kleine winkeltjes. Waar je kunt koffiedrinken en een broodje eten. Waar een houten strijkplank als tafeltje dient. Mijn strijkplank diende altijd als mijn atelier. Altijd stond ik er aan te schilderen. Stoeltjes, kleine kastjes en alles op de goede hoogte. Ideaal.

En nu moet ik dus aan de bak. Al mijn mooie spullen voorzien van een sticker met barcode. Nieuwe labeltjes maken, want de voorgaande zijn te klein. Ik plak en knip. Het moet een mooi labeltje worden.  Wederom verknip ik een landkaart van Italië. Het hoofd maakt weer iets van overuren. Maar nu van dolle pret. Ik weet niet waar ik moet beginnen. De aap mist nog steeds een poot. Waar scoor ik het juiste bolletje. In de juiste kleur. Zal ik overal een leuk verhaaltje bij schrijven? Shit, ik heb geen printer. Wat neem ik mee. Hoe richt ik mijn standje in? Ik heb toch nog ergens stof liggen? Of die rol behang? Waar zijn mijn vleeshaken?  Het maakt me blijer dan blij. Met in mijn hoofd die ene zin van mijn gymmert. Of ik nog eens goed wil nadenken. Over wat ik nu precies wil. Dit is wat ik nu wil. En dus ga ik er vol voor.

En dan mailt een oude vriendin. Of de sjaal nog te koop is die op deze site staat. Asjemenou. Ik krijg er blozende wangen van. Hoe leuk is het. We mailen, we bellen. Alsof de tijd heeft stilgestaan. Er geen negen jaar tussen zit. Ze denkt na over hergebruik van spullen. Is creatief. En heeft de tijd aan haar kant. Een geluk bij een ongeluk. We praten, wisselen gedachten. Of er bij haar ook kringlopen zijn? Nou en of. De afspraak is snel gemaakt. De sjaal ga ik naar haar brengen. Plakken we er een mooie recycledag aan vast.

www.jouwmarktkraamschagen.nl