11. nov, 2019

Rijbewijs

En weer zit ik met een rommelende buik. Nu in de auto naast de vader van mijn kind. Op een parkeerplaats bij het CBR. Wachtend op een grote witte auto, waarin ons kind rij-examen moet doen. De bijzondere verrichtingen heeft hij al gehaald, dankzij een – zo blijkt later - dure tussentoets. Ik google optimistisch op “rijbewijs ophalen”, je kunt maar op de hoogte zijn. De vader van mijn kind tuurt door het beslagen raam. Ruitenwissers staan aan. Stel je voor dat we hem missen. Ik moet plassen als een gek. Ben op kantoor ook al een paar keer geweest, dus veel kan het niet zijn. Ik houd het op, als ik de Febo instap, mis ik de aankomst van het kind. We appen met onze geliefden, maar zijn samen de zenuwachtige ouders van ons kind.

Daar komt ie. Ik sta al naast de auto. Wil naar hem toe rennen. Niet doen, zo commandeert vader. Hij moet eerst naar binnen, hij heeft uitslag nog niet. Ik luister, maar trappel. Ik zie mijn kind weglopen. Rug recht, bijna huppelend. Hij is geslaagd, dat kan niet anders. “Wat duurt het lang. Hij is gezakt.” Vader is minder optimistisch, bibberlipt nog harder dan eerst. Het kind komt naar buiten en stapt linea recta in auto van rij-instructeur. Yo, dát gaat me niet gebeuren, ik moet hem even zien. Sta hier niet voor boterletter. Weer sta ik buiten, in renstand. En weer grijpt vader in. “Kom muts, dan rijden we er heen. Maar hij is gezakt, dat kan niet anders. Hij appt niet eens.” Ik stap in, kijk op mijn mobiel. Kind is wél online. HIJ HEEFT ‘M. Vaders stem slaat over. Hij schiet vol, ik zowat door het raam. We rijden hem tegemoet, zetten het verkeer vast. Niemand kan meer in of uit het CBR. Door het open raam brullen we hem toe. Hij is verrast, had ons niet verwacht. (Nee, welk volwassen kind zit te wachten op twee mallotige bloednerveuze  gillende ouders als je net rij-examen hebt gedaan…). Maar hij grijnst van oor tot oor. Mooi, mooier, mooist. Zijn blije ogen knallen. Even flitst mijn eigen rijbewijsmoment door me heen. Toen mijn vader naast mij stond en net zo appelig keek als ik nu. We houden ons groot, maar het liefst janken we alles bij elkaar. Sentimentele gek. Maar tróts, trots als een aap.