3. nov, 2019

Keuzestress

Ongenoegen doet gekke dingen. Ik weet het en toch laat ik het toe. Dat gedachten met me op de loop gaan en me voor het blok zetten. Twee dagen heb ik om me te beraden.

Ik zie een advertentie. Ervaren klerk gevraagd. In mijn eigen stad, vlak voor de molen waar ik ooit trouwfoto’s maakte. Een paar straten verder zat ik jarenlang op school. Ik aarzel even, kan ik het wel maken? Toch stuur ik een mail. Wat kan mij het schelen. Het ongenoegen op kantoor is er. Het knaagt de hele dag door. Soms ebt het weg en ben ik de gangmaker. Krijg ik het hele kantoor op stelten. Soms is het vloed en is het slecht varen met mij aan het roer. De mail komt aan en binnen twee dagen sta ik oog in oog met een mogelijk nieuwe baas. Een charmeur. Eentje die me nieuwsgierig opneemt. Kijkt, ziet. Maar nog niet overwint. De klik is er, de twinkel in zijn ogen zegt genoeg. Hij zegt het ook hardop. Luid en duidelijk. “Ik hoef niet verder te kijken. Ik wil jou. ” Dat is lekker binnenkomen en met een gestreeld ego rijd ik naar huis. Maar dan, dan begint het. De gedachtestroom. Met mijn lief bel ik lang. Alle opties komen voorbij. Hij luistert goed en aandachtig. Leest me tussen alle regels door. “Je bent 100% vrij om te gaan hè mooie..” Het verantwoordelijkheidsgevoel speelt op. Ik kan het toch niet maken om weg te gaan? Hoe fijn het andere kantoor ook lijkt?

Ik ga het gesprek aan op mijn huidige kantoor. Alle touwtjes in handen en toch knikken de knieën. Het gesprek is intens en lang. Ik vertel wat ik voel. Vertel over dat akelige gevoel in mijn buik. Hij is niet verrast, mijn ongenoegen is geen geheim. Dat van die buik is nieuw. Hij is verbaasd, ontgoocheld. Gespeeld of is het echt? Verward zit ik niet veel later op zijn spoor. Denk ik met hem mee, beleg zelfs een nieuwe vergadering. Zodat we met het hele kantoor kunnen brainstormen. Over hoe het anders moet. Mijn hoofd tolt, mijn buik rommelt. Er komt niets uit mijn handen. Ik neem de middag vrij. Zodat ik na kan denken en overleggen met kind en lief. Allebei luisteren ze. Voor de zoveelste keer. En allebei zeggen ze hetzelfde. “Kies nou eens niet voor een ander. Maar voor jezelf.”