16. aug, 2019

Kwadraat

De Italiaanse stoofpot pruttelt. Nog anderhalf uur te gaan. Een dag voor mijn verjaardag en ik heb nog altijd vakantie. Een vakantie die oh zo relaxed begint en op een zelfde manier lijkt te eindigen.

Met mijn kind ga ik een weekje naar Italië. Zijn ritme wordt mijn ritme. We kunnen ook niet veel anders: het is buiten bloed verziekend heet. We kaarten samen op het terras. Spelen Yahtzee. Vanuit mijn ooghoek lonkt de prachtige omgeving. Ik laat hem lonken. Want wat geniet ik op dat terras, met dat joch, met een boek. Ook gaan we op pad. Ik doe wat ik hem heb beloofd. Een laatste rondje San Siro voordat het tegen de vlakte gaat. Een rondje door het Allianz stadion van aartsrivaal Juventus. Een geweldig nieuw stadion waar alles klopt. Wit, zwart en geel. Waar je ook kijkt. Italiaans design in optima forma. Toch haalt het niet bij dat wat we zien en voelen in Milaan. Waar de historie tastbaar is. En ik voel wat hij voelt. Kippenvel.

Met samengeknepen billen stuur ik de gehuurde Lancia door berg en dal. Pik ik stiekem in een drukke stad nog een busbaan of wat even mee. Het zoveelste rondje op dezelfde rotonde wordt bijna grappig. “Mám”, zo brult het kind. “Je moet rechts. Dit is links. Ik doe toch zó..”. Zijn rechterhand gaat omhoog.

De laatste week ben ik thuis. Samen met mijn lieve gymmert. We doen veel, we doen niets. Kijken, voelen. Dagen, nachten lang. Vakantie in het kwadraat.