26. jul, 2019

Blote benen

Blote benen, blote schouders. Zo fiets ik in alle rust naar kantoor. Geen joelende pubers in rijen van 3 voor of achter me. Geen verhitte ouders in auto’s met een te late kinderschaar. Maar koeien die grazen, paarden die met hun halzen tegen elkaar aan schuren. En kool. Overal is kool. Rood, wit. Hectares vol.

Het is vakantietijd. De scholen zijn dicht. Het is heerlijk weggaan op die ultraluxe en oh zo moderne fiets. Ik moet nog werken, maar niets is erg. De sfeer op kantoor is goed, de mensen zijn fijn en de airco zoemt alle warmte weg. Hoe anders was dit eens. Zo vlak voor mijn eigen vakantie. Met stapels dossiers. Met zeurende klanten. Mijn hoofd die vaker dan ik wilde uit elkaar knalde. Die eerste vakantieweek volledig van de rel. Ook op dit kantoor was het zoeken, naar mijn plek, naar hoe ik wil werken. Na een jaar lijkt de plek voor nu erg oké.

Met collega’s richt ik de bovenverdieping van kantoor in. Een loze lege en oh zo grote ruimte. We verslepen een loodzware tafel, sjouwen met kasten en zetten planten in de vensterbank. Er is ruimte voor veel. We vinden her en der lijsten, bloempotten. Alles ligt al op kantoor. Het idee moet groeien. Maar het uitgangspunt is goed. In de pauze rustig ergens anders zitten. Met elkaar, een broodje en een kop thee. Praten over niets of over alles.

Met blote benen en blote schouders fiets ik in slow motion naar huis. Bijna is het mijn eigen vakantie. Waarin ik met mijn kind op pad ga en misschien nog wel met mijn lief. En anders blijf ik met die laatste uren lang lezen in de tuin. Beplanten we zijn nieuwe border of fietsen we van Den Helder naar Maastricht. Het liefst met blote benen en blote schouders. Eigenlijk maakt het niets uit. Alles is goed. Zelden was ik zo relaxed. Had ik er zoveel zin in als nu. Vakantie. Eindelijk.