8. jun, 2019

Blij

De hele dag sta ik langs het rugbyveld. Ik trotseer wind en regen. Sta simpelweg blij te zijn naast mijn gymmert. Samen kijken we naar zijn jongste kind. Af en toe vraag ik iets, de spelregels zijn soms nog een raadsel. Geduldig legt de gymmert ze uit. Minstens zo trots als hij ben ik. Wat een ongelooflijk mooi joch heeft hij. Zijn verhit gezicht, zijn waanzinnige bos blonde krullen. Hij is fanatiek, maar bovenal sportief. Het maakt hem prachtig.

Blij rij ik naar huis. Waar mijn eigen mooie kind op me wacht. Blij ben ik. Blij met de gymmert, blij met mijn kind. Twee werelden, twee mannen waar ik gek op ben. Maar wel twee werelden. Die zich heel langzaam met elkaar vermengen. Ik weet dat het zo moet zijn. Dat dit voor ons de weg is. Toch sluimert en knaagt altijd dat gemis. Van de één. Van de ander.

Thuis nestel ik me op de bank. Met het boekje dat ik kreeg van die lieve vriendin. Het zijn korte stukjes over rauw verdriet. Nuchter, wars van vals sentiment. Maar ontluisterend, soms hartverscheurend goed. “Jij zou ook zo’n bundeltje kunnen schrijven”, zo schrijft de vriendin. Slik. Hoe lief is dat. Zou ik het echt kunnen?  Geen idee. Ik zou het wel graag willen. Een boekje met mijn naam. Een boekje dat gelezen wordt, waar iemand wat aan heeft. Zoals het boekje dat ik nu in mijn hand heb. Waar het verdriet van af spat, maar waar bovenal liefde regeert. Wat zeik ik ook. Hoe rijk ben ik? Al zijn het dan twee werelden, ik héb ze tenminste.

Buiten neemt de wind langzaam af. Het wordt donker. Een enkele kaars verlicht mijn kamer. Ik zie geen stof, ik zie geen haren van Bram. Ik doe geen lampen aan, mijn kamer lijkt schoon zo. Morgen weer een dag. Morgen ga ik poetsen en meezingen met Italiaanse zangers. Morgen ga ik misschien wel zoenen met de gymmert of knuffelen met mijn kind. Vandaag ben ik blij. En heel erg van plan dit gevoel nog lang vast te houden.