20. mei, 2019

Studentikoos

Verse was aan de lijn. De zon op mijn handen. Mijn werkbank staat buiten en ik ontferm me over de boomstamplak die ik kreeg. Ik beitel. Vijl en rasp. Ik schuur. De nieuwe Festool gaat als een raket. Veel gelukkiger dan dit kan ik niet zijn. Mijn kind bekijkt het van een afstandje en denkt er het zijne van. Tot ik er een tafeltje van maak. Het oude schoolkrukje van mijn schoonouders dient als onderstel. Voor zijn dagelijks bord eten voor de tv. Zijn laptop. Het past er allemaal op. Verrast kijkt hij me aan. Zo slecht is deze nieuwe uitspatting van zijn moeder nog niet. “Wel origineel mam.” Daar kan ik het mee doen. Maar het is genoeg.

De kraan in mijn keuken zakt steeds iets verder in mijn aanrecht. Ik kijk er al drie jaar tegen aan. Een nieuwe keuken is een optie, maar zo lang mijn 500 nog voor mijn deur staat, trekt mijn spaarvarken aan zijn stutten. Zet zijn hoefjes in de modder. En dus vergaar ik ideeën. Schilderde ik de kastdeuren al een keer legergroen. Veranderde de greepjes. Het wordt nu tijd voor het echte werk. Mijn aanrecht met ineens ook een lekkende kraan. Ik kijk op youtube en weet me gesterkt. Dit gaat me heus lukken. De nieuwe kraan is zo gekocht. Terwijl mijn gymmert een dag tijdelijk tot rugby-coach is verworden, sluit ik de waterkraan af. Hoe handig is het internet. Want in mijn meterkast zie ik twee blauwe greepjes. Ik duw ze in de richting van de pijl. Het water blijft lopen. Ik vul de waterkoker, gieters en Bram zijn waterbak. Het water blijft lopen. Hoe moeilijk kan het zijn. Ik geef de blauwe grepen nog maar eens een zetje. En jawel. Het water stopt. Tevreden duik ik de gootsteenkast in. Gewapend met bako, bouwlamp en veel adrenaline. De kraan zit weliswaar los, maar is met geen mogelijkheid van het blad af te krijgen. Ik probeer een ijzerzaag. Leen de spierballen van mijn grote kind. Tevergeefs. Weer duik ik de keukenkast in. Probeer de druppels water die vallen te ontwijken. Mijn rug protesteert, mijn ogen tranen. Maar de kraan breekt af. Niet helemaal zoals ik het voor ogen had, maar alla, ik kan wel verder. Niet veel later staat de nieuwe kraan. Redelijk vast. Met extra houvast door een plankje boven en onder het aanrecht. Het resultaat schreeuwt niet direct om een driewerf hoera, toch ben ik dik tevreden. “Hoe ga jij?” Zo appt mijn gymmert in de glorie. Zijn ploeg plaatste zich voor het NK. Ik antwoord dat ik heel best ga. Gauw ruim ik het aanrecht af. Zal ik? Durf ik het oubollige aanrecht te schilderen? Aan lef ontbreekt het me meestal niet. Ik zet de eerste streek en kan niet meer terug. Matzwart. Het is gewaagd. Met water en vetspatten geen hele slimme keuze. Toch schilder ik door. Met in mijn achterhoofd de wijze woorden van mijn kind toen ik stond te aarzelen voor het verfschap. “Gewoon doen. Het is toch ons huis?” En zo is het. Helemaal.