24. apr, 2019

Luxepoppetje

Dapper worstel ik me door de polder. Vervloek de wind. Vereer de zon. Ik fiets weer. Ik geniet, ik mopper. Maar bovenal ben ik trots. Omdat ik de auto laat staan en de fiets verkies om naar mijn werk te gaan. Nog niet dagelijks, maar wel een paar keer in de week. Tuurlijk kijk ik naar het weer. Stampen in de polder is heerlijk, maar dan wel met een windje mee. Ondertussen speur ik het internet af. Loop ik fietswinkels binnen. En vergaar ik informatie over een elektrisch exemplaar. Ik wil wel. Ik wil niet. In mijn hoofd ben ik de jeugd zelf. Alive and kicking. Mijn lijf roept iets anders. Een keer te hard kicken en ik loop nooit meer. Mijn knie is dramatischer dan ooit. Storm tegen en hij is twee keer zo dik. Toch wil ik het liefst fietsend naar mijn werk. Het uurtje buiten op de heenweg verkwikt. Geeft me de gelegenheid me op te laden, wakker te worden en bovenal te genieten van de rust in die polder. Op de terugweg ontlaad ik. Laat ik de dossiers voor wat ze zijn en trap ik mijn hoofd leeg.

Dus rijd ik proefritjes. Lees ik reviews en beraad ik me. Wordt het een heren- of damesframe. Ga ik voor de truttige goedkopere fiets, of kies ik voor die sportieve dure. Die ik stiekem het allermooiste vind, maar die ook een aanslag  betekent op mijn spaarpot. Ik laat het bezinken en spaar vrolijk verder. Ik fiets nog wel even op eigen kracht. Dat is goedkoop en het zorgt voor een prima nachtrust.

De weekenden zijn heerlijk. Met veel zon en mijn gymmert in de buurt. We werken samen in de tuin. Leggen een border aan met takken en boomstammen, timmeren van oude bedonderdelen een schutting en geven ‘m een kleur. Recycling in optima forma en voor mij inmiddels een sport. De energieke gymmert (nu eenmaal gek op sport) past zich naadloos aan. En werkt keihard. Met de tong uit zijn mond. Is niet te stuiten. Als ik schilderend het loodje leg, toont hij veerkracht en pakt hij de kwast van me over. “Zal ik het even afmaken?” Een strak plan. Zet ik ondertussen even koffie.

En terwijl de wereld zo’n beetje in brand staat, blijf ik bezig met die elektrische fiets. Zal ik wel. Zal ik niet. De kogel gaat door de kerk als ik uit een zo vertrouwde hoek een financiële injectie krijg. De sportieve variant glimt me tegemoet. Ik adopteer ‘m. Liefdevol rijd ik ‘m mijn berging in. Niets dat me nu nog tegenhoudt. Twee auto’s voor de deur en ik ga fietsen. Weer of geen weer. Tenzij mijn accu leeg is. 😙