13. feb, 2019

Weegschaal

Mijn lief koopt een weegschaal. Voor zijn sportende mannen en voor zichzelf. Ik kijk hem tersluiks aan. Is dit een hint? Dat is het niet, zo verzekert zijn blik. Ik geloof hem. Toch neem ik de handschoen op. Dat hij op zijn lijf moet letten, snap ik. Hij is een gymmert en moet fit blijven. Ik juich hem daarin overigens van harte toe. Want van zijn fitheid geniet ik met volle teugen. Ook voor mij lijkt de tijd rijp. De sportschool met al zijn spiegels is confronterend. De strakke broek en dito shirt ook. Ik ga de strijd aan.

Ik trek de weegschaal onder de kast vandaan. Die staat daar al zeker twee jaar in het stof te happen. De batterij is gelukkig leeg. Het bespaart me een genant moment. Dat ik te veel weeg, is duidelijk. Toch hou ik de schade liever beperkt. En in het bijzijn van de gymmert die weinig gunstige informatie voor me.

Ik koop een nieuw batterijtje. Acht stuks voor € 0,85. Voor de kosten hoef ik het niet te laten. De weegschaal zet ik voor mijn kast. Als ik mijn bed uitstap, lazer ik over dat ding. Een goed begin van de dag en vooral - mocht ik dat vergeten - de reminder waar ik ook al weer voor ging.

Ineens zijn mijn dagen gevuld met nadenken. Wat ik eet, wanneer ik eet. Hoe ik eet. Ik heb het er maar druk mee. Als ik met Bram het park in ga, ruik ik kroketten. Of wil ik dat? Op kantoor wordt het maar geen pauze en als ik ’s avonds op de bank zit, begint het grote knagen. De trek naar het zoet. Naar dat koekje bij de koffie. Het laagje suiker in mijn espressokopje is ineens een delicatesse. En mijn tong net iets te kort.