1. feb, 2019

Spijbelen

Een vrije dag. Hoe lang is het geleden dat ik die had? ’s Morgens wakker worden en helemaal niets moeten. Behalve eten, drinken en dat heerlijke boek waar ik in verdwijn?

Ik ben het werken zat. Meer dan. Gruwel van mijn eigen werkkamer waar ik, alhoewel gezellig met plant en eigen schilderij, dag in dag uit, afgesloten van het zonnetje buiten, urenlang op een computerscherm tuur. Wik en weeg, pas en meet. Waar ik ondanks het  harde werken af en toe geniet van de vogels in de tuin naast mij, onverzadigbaar smullend van het voer dat ik daar ophang. Waardoor ik nog meer verlang naar vrij zijn. Naar het op mijn eigen bank zitten met dat ene boek. Met kind en hond in dezelfde kamer. Naar het niets moeten, maar alles kunnen.

Ik erger me aan veel. Aan mijn baas, aan mezelf. Aan die kuil die ik zelf heb gegraven. Ik signaleer het, voel het protest in mijn lijf. Mijn schouders, nek. Dat ellendige evenwichtsorgaan dat zijn eigen leven leidt. En dus moet ik rust in bouwen. Vrije dagen opnemen. Genieten van het kleine. Mijn huis weer soppen. De planten verzorgen. Mijn hond kammen tot er geen vlo meer in zijn pels zit. De was doen, zodat alles schoon en gevouwen in de kast ligt. In plaats van op een grote stapel in de douche.

Ik neem vrij. Een hele lange vrije vrijdag. Zo’n dag waarin alles goed voelt en alles lukt. Het sporten, het winkelen met mijn kind. De maaltijdsalade die ik maak en samen opeet met mijn lieve gymmert. Geen of weinig besef van tijd of ruimte. Het voelt zo verdomde goed.

Het weekend dat volgt is heerlijk. Toch protesteert mijn lijf en blijft mijn hoofd tollen. Val ik telkens in slaap, ondanks de warme handen en ogen van mijn lief. Die ene dag vrij is niet genoeg. Ik ben moe, zo ongelooflijk moe. Mijn batterij is leeg. Het me op maandag ziek melden voelt als spijbelen. Toch doe ik het. Ik moet me weer opladen, met niets voor straks weer alles. Ik nestel me op de bank. De deken tot aan mijn kin. Staar naar het plafond en luister naar de rustige ademhaling van Bram. En laat de boel de boel.