15. sep, 2018

Dank

“Sil. Mijn moeder. Ze is in elkaar gezakt en wordt nu gereanimeerd.” Het is half 7, zaterdagmorgen. De vader van mijn kind belt. Ik kleed me aan, krijg een broodje mee en stap in de auto. Op weg naar het ziekenhuis. We zijn te laat. Ik zie u liggen. Op een koud ziekenhuisbed. Met de hand op uw buik. Maar met een rust die ik nooit eerder zag.

U hing aan het leven. Aan gezelligheid, aan familie, vrienden. U speelde jarenlang toneel, danste op hoog niveau. U werkte in de winkel. Die verdomde winkel. Waar eigenlijk alles om draaide. Daarnaast was er altijd wel iemand waar u voor moest zorgen. Ouders, schoonouders of zwager. Maar ook voor uw man, kind en kleinkind. Het was nooit teveel. We hoefden maar te kicken en u stond klaar. Jarenlang paste u op mijn kind. Eerst bij u thuis, later in ons huis. Het was een mijl op zeven. Eerst met de bus naar het station, vanuit daar 40 km met de trein. Ik pikte u op. Met mijn kind achterin de auto. U werd zijn Oma Trein. U paste niet alleen op. U poetste ook ons huis, maakte het eten klaar en streek alle was. Iedere week weer. Als u maar kon zorgen, er kon zijn voor iemand. Dan was het goed.

Naar buiten toe was u altijd vrolijk, de gangmaker. Altijd de lachers op uw hand. Maar u was ook lief, zorgzaam en warm. Ik herinner me de verjaardagen en feestdagen. Met een huis vol mensen, veel eten en vooral gezelligheid. De liters soep en kilo’s stamppot. De Amsterdamse humor. Intens genoot u van die mooi aangeklede tafel, een nieuw jurkje of die ene tas. Van weinig maakte u veel.

Maar diep van binnen was er dat verdriet. Om dat wat er was of juist om dat wat er niet was. En al zo vaak was beloofd. Weinig mensen wisten van uw angst, waardoor u niet naar buiten durfde. Een angst die altijd sluimerde. Op de loer lag, om toe te slaan als het even niet ging. Al die nachten dat u wakker lag. Niet meer kon slapen en dan maar het zoveelste boek ging lezen op de bank. Wachten tot het buiten licht werd.

Hoe sterk moet je zijn om dan toch telkens weer door te gaan. Te hopen op beter. Op anders. Die zegeningen te blijven tellen. Te blijven genieten van de kleine dingen in het leven. U wás zo sterk. En  genoot vervolgens driedubbel van de uitjes met uw hartsvriendin, het zwemmen in de buurt. Het urenlang kwartetten met mijn kind, het gekke bekken trekken met uw zoon. En van de wielerschool als van een warm bad. Met u als stralend middelpunt. 

Iemand schreef van de week dat u een bijzonder mens was. Ze heeft gelijk. Slaat de spijker op zijn kop. U wás bijzonder. Iemand die van alles op haar geheel eigen wijze een feestje probeerde te maken. Niet bij de pakken neer te zitten, al was daar reden genoeg voor. Met een tomeloze energie raasde u door het leven. Maakte mensen aan het lachen maar hielp ze ook bij ziek en zeer. Het was veel. Soms veel te veel. Waardoor u niet zo heel goed voor u zelf zorgde. En die tomeloze energie steeds een beetje minder werd. Het elastiekje telkens wat verder uitrekte.

U was een bijzonder mens. Want welke schoonmoeder zegt tegen haar schoondochter dat ze haar hart moet volgen. Ook als dat een scheiding betekent? U had een heel groot hart, waar heel veel mensen in pasten. En ik, ik zat daar ook in.

Een diepe bewondering heb ik voor de manier waarop u uzelf al die jaren staande hebt gehouden. U zelf wegcijferend voor anderen. Een diepe buiging maak ik voor u als moeder en oma. U heeft die mannen altijd op een voetstuk gesteld. Ze torenden boven alles en iedereen uit. Zoals het ook hoort. Zij verliezen niet alleen hun moeder en oma, maar ook hun grootste fan en sponsor. De dikste kus geef ik u voor al die jaren dat u er voor mij was. Mij hielp, steunde en adviseerde. En mij simpelweg lief had. 

Dank .