21. mei, 2018

Roze

Het tomatenplantje doet zijn best. Om overeind te blijven. Net als ik. Belofte rijdt net de straat uit.

Ik geef de plant rijkelijk water. Voor mezelf schenk ik een likeurtje in. Als die net zo goed uitpakt als gisteren, maak ik er een gewoonte van. Met laptop op schoot kijk ik mijn tuin in. Weer een projectje afgerond vandaag. Tegen de schoongemetselde muur van de uitbouw van de buren staat nu mijn zelfgemaakt scherm. Het hoofdeind van het bed van mijn kind, waarin ik ooit de takken van mijn gesnoeide boompjes vlocht. Er tegen aan twee nieuwe planten die hopelijk het oranje blad gaan geven dat het kaartje belooft. De grote tak die ik meenam uit het park staat er naast. Met daaronder een oranje klimmer die die tak moet gaan versieren. Opdat die mooie schone muur schoon blijft, maar dan wel met een klein beetje groen. 

Wat een bijzonder weekend was dit. Zo eentje om in te lijsten. In gedachten hang ik ‘m bij al die andere. Deze drie dagen zijn omgevlogen. Toch waren ze lang en intens, met veelbelovende ingrediënten. Mooi weer, een bruine gymleraar, lekker eten en een heerlijke tuin. De brandende vuurkorf, de  kaarsen in de tuin. Zo had ik het ooit voor ogen en zo is het nu.

We gaan met de auto naar het strand. Hij om hard te lopen, ik om te fietsen. Hij stuiterend van geluk in de dichte mist op het strand. Ik hard trappend de zon tegemoet. In zijn veilige en sterke armen sta ik voor het eerst op een longboard. Aarzelend. Bang om onderuit te gaan. Maar met een grenzeloos vertrouwen dat hij me rechtop houdt. We liggen een uur of wat samen in het zand. Onder een steeds maar blauwer wordende lucht en een zon die alleen maar warmer wordt. De natte sportkleren wapperend aan het hekje achter ons.  

We gaan naar de bioscoop. De film die we bekijken is al net zo bijzonder. De burenruzie over een boom loopt volkomen uit de hand. De ene buurvrouw zet de hond van de andere op, en de buurmannen eindigen letterlijk na veel geweld. Bizar en tragisch komisch. We drinken wat na afloop en praten. Over de film, over het verleden. Over het gesprek dat we nog niet zo lang geleden hadden. Zijn bruine ogen glimmen. “Je bent leuk zo”. Ik wil huilen, ik wil lachen. Alles tegelijk. Om wat ik bij hem lees. Om wat ik voel. Hij rijdt ons naar huis. In gedachten zweef ik. Op dikke roze wolken.