24. apr, 2018

Droomtuin

En daar zit ik. Op mijn verse pallethoekje in de tuin. Het regent heel licht. Mijn was hangt, mijn espresso staat naast me. Ik heb de conifeerhaag gesnoeid, mijn gras gemaaid en de border lichtelijk bijgeknipt. Ik heb het lek. Al gaat het stortregenen, ik blijf zitten.

Mijn handen lijken schuurpapier. Met een schuurspons net het vuil weggeschrobd. Het resultaat: schone, maar kurkdroge handen. De Franse citroenzeep geurt heerlijk, maar draagt niet bij aan een zacht vel. Straks maar een dikke laag zalf. Ik kijk voor me uit, de tuin in. Een heel klein beetje weer meer mijn tuin. De pallets zijn een aanwinst. Wat was het een feest om met Belofte naar de sterren te liggen staren. Damn, zo lekker.

Op mijn grasveld staan nog een paar wilde hyacinten. Fier overeind. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen ze omver te maaien. Zo ook de wilde aardbeien. Ze kroelen dwars door mijn gras. Wild, wilder, wildst. Alleen is mijn gras daardoor niet echt gras meer, maar meer een woestenij. Stiekem droom ik van een veld vol bloemen. Waar vlinders op af komen. Het voorbeeld zag ik vorig jaar bij Belofte. Die een suftruttige bloembak omtoverde in een fleurig festijn. Waar de bloemen uit bleven spuiten. Groot, groter, grootst. Net als bij siervuurwerk. Er leek geen eind aan te komen. Denk zo maar dat ik binnenkort een rand gras over de schutting gooi en met gulle hand zal zaaien. Niets meer binnen de perken, niets in het gareel. Ik heb er nu al zin in.