13. apr, 2018

Primavera

Het is lente in Italië. Zo staat er op het blad dat ik meegris uit de Deen. Nou, dat is het niet alleen maar daar hoor. Ook om mij heen kleurt  het leven mij tot bloei. Knoppen met hele bolle wangen, bijna uit hun voegen barstend. Het gras groener dan groen. Bruine takken lijken weer slingers. En het leven een feest. Het stemt mij in ieder geval vrolijk.

Even niets te klagen of te zeuren. Hoeveel zin heb ik in buiten zijn. In de tuin, in het park of op de fiets. De korte broek trok ik van de week uit de kast en aan mijn lijf. Kansloos staat ie. Nog wel. Maar wacht maar. Zon en fietsen zullen mijn benen tot een aantrekkelijker schouwspel maken. Nou, moeten maken. Want het geheel oogt nu nog buitengewoon treurig. Niet te veel bewegen, mooi op zitten en dom kijken. Het is me nooit gelukt.

De cursus in het kader van een aankomende verscherpte privacywetgeving is saai. In de ivoren toren van ons nieuw notarieel onderkomen is het heerlijk wegdromen. Op negen hoog heb je een adembenemend uitzicht over de Zaanse polders. Uitgestrekte velden, slootjes en weggetjes die roepen om befietst te worden. Zoals ik het afgelopen weekend deed. Genietend van het weer, mijn gezelschap en gedachten.

De week op kantoor gaat snel. Iedereen lijkt te ontdooien. De sfeer is jolig en relaxed. Mijn hele serieuze Turkse collega krijgt de slappe lach. Collega’s kopen bikini’s. Ik een halve winterjas en een broek waar ik zo mee de fanfare in kan. Maar hé, ik pas het en ik voel me goed. Ja, ik ben een paar kilo te zwaar. Ja, ik kan het geld beter opsparen gezien mijn niet te vullen pensioengat. Maar hé…. Ik leef maar één keer.

En dus… dus maak ik vanavond een hele, hele grote bak salade. Rijk gevuld met walnoten, geitenkaas en honing. Een dampend vers stokbrood met daarop een dikke krul gezouten olijvenboter.  Ik vul een mooi glas en proost blozend op het leven.  

Het is lente. En ik borrel.