1. apr, 2018

Voorjaar

De spiegel die ik ophing overleeft het avontuur, maar stort wel omlaag. Plint doormidden, spiegel heel. Het ophangtouw was niet hanging-proof. Ik vrees dat een boekenkast en keuken niet direct mijn volgende klusprojecten zullen zijn. Ik bakte namelijk ook al niet veel van mijn eerste zwaluwverbinding. Euforisch liep ik met mijn plankjes naar de juf. Want het paste wonderbaarlijk goed. Iets te goed zelfs. Het moet juist een beetje schuren, een beetje wringen. Anders is het immers geen sterke verbinding. Die van mij glijdt er moeiteloos in. Heeft zelfs ruimte over. Ik ben gelukkig niet de enige op de cursus die het moeilijk heeft. Lieve K. (naar eigen zeggen snel en slordig) wint het deze keer van mij (langzaam en slordig). Hij is met poging nummer 4 bezig om het staartje in het nestje te krijgen. Hij heeft gelijk. Eén zwaluw maakt nog geen zomer, zo concluderen we samen als partners in crime. Mijn tweede zwaluw lijkt er al iets meer op. Maar ook deze heeft last van bindingsangst. 

Het was de laatste les. Het heeft me veel gebracht. Nieuwe mensen om me heen, kennis en vaardigheid. Wederom ervaren dat het gebrek aan geduld mijn grootste struikelblok is in het leven. Enigszins gecompenseerd met wilskracht en relativeringsvermogen. Het maakt me tot wie ik ben. “Je was een gezelligert”, zo kust de juf me hartelijk ten afscheid. The story of my life. Een goede meubelmaker zal ik waarschijnlijk niet worden. Wel een vrolijke.

En vrolijk ben ik. Ook al is het Pasen en word ik alleen wakker. Mijn mooie kind is bij zijn vader en mijn lieve Belofte ergens in den lande voor een sportevenement van zijn kind. Ik kook een eitje. Bak een broodje. Maak een glas sap en zet de heerlijkste koffie. Bram ligt aan mijn voeten. Waar ik ben, is  hij. Mijn klok tikt en bimbamt de hele buurt wakker. Elk kwartier is het raak. Vogels fluiten, ook al lijkt het buiten somber, in mij zingt het. Het voorjaar is begonnen. Mijn handen kleuren weer langzaam bruin. Ik ben veel buiten, sop en schrob mijn terrassen. Boen de potten. Geef de afgedankte struiken van de vader van mijn kind een nieuwe kans. Met veel liefde stop ik ze voor de tweede keer in de grond. Mijn knie zingt net zo hard. Het fietsen werpt nog niet zijn mooiste vruchten af zullen we maar zeggen. Maar hoe heerlijk voelt het. Een paar dagen vrij, een paar dagen thuis. Even geen werk, geen getrek, geen stress. En ja, ik ben alleen. Maar in mijn hart (en mobiel) zit die liefste. Die gratis en voor niks in mijn prachtige 500 mag rijden. Maar er toch voor kiest een eigen auto te kopen. Gewoon. Omdat dat beter voelt. De 500 staat weer voor mijn deur. Met een volle tank benzine. Glimmend gepoetst. Alsof ie zo uit de showroom komt. De liefste is blij dat ie ‘m mocht lenen, maar nog blijer dat ie er weer van af is. Het maakt hem tot wie hij is. Met mij kwijlend aan zijn zij.