27. mrt, 2018

Klok

Het is maar een uurtje. Toch lijkt het veel meer. De zomertijd is ingegaan en ik voel het meteen. Alsof de dag uren langer duurt. Ik rijd naar huis, kijk naast me over het meer en voel me nog lang niet moe. Ik heb hard gewerkt, toch borrelt het. De zon in het water, de scherpe lucht er boven. Jongens, wat snak ik naar dat ‘buiten’. Naar zon, naar warmte.

Zoals op zondag. Samen met Belofte en hond ga ik richting strand. Bram rent met de tong op zijn knieën vriend en vijand tegemoet. Ons ondertussen nauwlettend in de gaten houdend. De zon komt met de minuut een beetje meer door. Duwt de grijze lucht uiteen. Onze jassen gaan los, wangen kleuren. Dit is zo’n dag die voort mag duren. Met naast me lachende ogen en Bram als één groot blond blij ei. Ik teken er voor.

Samen hangen we de oude klok op. Een klok die ik spot en die Belofte voor me scoort. Het is een slingerklok, in een houten behuizing. Solide, degelijk. Met glas in lood. Op slag ben ik verliefd. Hoe leuk zou die staan in mijn kamer. Naast mijn andere glas in lood. Maar raak van slag als we de klok aan de praat krijgen. In ons enthousiasme winden we alles op met het bijbehorende sleuteltje. Het uurwerk, maar blijkbaar ook het niet te stoppen carillon. Het kreng gaat ieder kwartier los. Bimbamt en galmt. Overdag. ’s Nachts. Alsof we op vakantie zijn in Beieren. En een kamer hebben naast de kerk. De klok loopt als een tierelier, maar mist nog een aantal slagen op het hele uur. Niet erg, ik houd er van. Net niet helemaal in het gareel, maar er vaak genoeg ook net even buiten. Ik teken er voor.