6. feb, 2018

Rocky XV

Gesoigneerd is anders. Met bergschoenen, skisokken van kind van jaren her en een bijzonder versleten jogging, ploeg ik met capuchon over mijn hoofd door de polder. Silly Bilboa. Wel eentje in haar nadagen. Het enige dat flitsend is, is mijn fiets. Knalrood. Amerikaans (zo heb ik me laten vertellen) en sinds ik de ketting vet houd, weer soepel glijdend over de weg. Ik zie er niet uit. Maar het kan me zo niet schelen. Het vriest dat het kraakt. De zon schijnt. Ik ben zo vrij als een vogel. Bram ligt met zijn luie lijf dwarsaf op mijn houten vloer in de zon. De eerste stralen pikte ik al op in het park vanmorgen vroeg. Mijn kind is op school en ik heb de hele dag voor me. Blanco. Onbeschreven. Te vullen met dat wat ik wil. Het fietsen als start.

Het fietsen valt me zwaar. Mijn benen lijken pudding. Mijn ademhaling zit hoog. Toch geniet ik. Ik moet immers niets. Hoef niemand iets te bewijzen. Ik fiets omdat ik het zelf wil. Ik met mijn neus in de buitenlucht wil. Mochten mijn benen daar sterker (en onverhoopt zelfs iets strakker) van worden, is dat meegenomen. Ik trap een tandje minder hard. Zolang ik niet omval of zelfs achteruit ga, kom ik heus weer thuis. Had ik vroeger muziek in mijn oren, tegenwoordig verkies ik de stilte. En zie ik niet alleen vogels, ik hoor ze nu ook. Het gras is groen. De lucht scherp. Schapen grazen. In de verte zie ik de duinen. Om mij heen niets anders dan weiland. Een enkele boerderij. Op vakantie. Zo lijkt het. Slechts een paar kilometer van mijn huis ben ik. Hoe vaak heb ik hier al niet gereden. Soms met natte knieën van verdriet. Soms glimmend van geluk. Maar me altijd bewust van de mooie dingen om mij heen. Zodat ik niet verzand in mijn sombere gedachten. Die er toch best vaak zijn. Helemaal nu leeftijd en lijf op hol zijn geslagen. En hormonen doen wat ze willen. Met mij als ultieme speelbal.